Waals-Brabant

  • Église Sainte-Adèle-et-Saint-Martin te Orp-le-Grand (Brabant Wallon)

    Église Sainte-Adèle-et-Saint-Martin

    te Orp-le-Grand

    Beschrijving.

    De kerk behoorde tot een vrouwenklooster gesticht in de omgeving van Nijvel en toegewijd aan de heilige Maarten.  Rond het einde van de 7de eeuw zou Adèle door Gertrude van Nijvel uitgestuurd zijn om een oord van kloosterlingen te stichten die aan de oorsprong ligt van de agglomeratie.  Na haar dood werd haar graf het voorwerp van een belangrijke bedevaart. Bij opgravingen in 1961 zijn de resten van 3 opeenvolgende kerken teruggevonden die de huidige kerk hebben voorafgegaan.  Met de verdwijning van het klooster in de loop van de 9de of 10de eeuw werd deze een parochiekerk en de kerk behoorde vooreerst  in 1026 aan Saint-Jean-Baptist te Florennes en vervolgens aan de abdij van Tongerlo in 1301.  Herwerkingen vonden plaats in de 17de eeuw aan het koor als gevolg van een orkaan en een brand waarbij ook de zuidelijke klokkentoren verloren ging.  In 1714 bracht men de westelijke portalen aan die aanvankelijk niet bestonden.  Als gevolg van een bombardement in 1940 werd de kerk hierna zorgvuldig gerestaureerd.

    Het plan van de kerk was bijzonder harmonieus.  Drie lange beuken van 6 traveeën werden gescheiden door de vierkante pijlers die de terugval ontvingen van de boogreeksen op het lijstwerk van de imposten.  Deze waren in het westen voorafgegaan door een drievoudig gedeelte dat in het rechthoekige plan van de kerk was ingewerkt en dat oorspronkelijk bestond uit 2 torens die aan de buitenzijde met elkaar verbonden waren door een muur.  In het oosten voegde zich aan weerszijden een laag transept in met dezelfde breedte als de hoofdbeuk.  Het kooreinde stelde dezelfde uitzonderlijke kenmerken voor door de diepte van de hoofdapsis in een polygonale vorm.  Aan weerszijden opende zich een halfronde absidiool op de armen van het transept.  Tussen de zuidelijke absidiool en de apsis  bevond zich de trap die leidde naar de crypte.

    Het decor aan de muren ritmeert de muren van het schip en laat de 2 verdiepingen uitkomen.  In het bovenste gedeelte rusten de boogreeksen op kapitelen en half ingewerkte zuilen omkaderen de vensters en laat hierbij eveneens de traveeën van het schip uitkomen.

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    Het transept dat hierop volgt en voorzien was van absidiolen, stelt een regelmatige kruising voor dat vroeger voorzien was van het hoge vensters.  De kruising wordt gescheiden van het schip door een diafragmaboog en het koor door een triomfboog.  De kruisbeuken geven uit op de kruising door een dubbele boog op pijlers. 

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    Onder de hoofdapsis van 4 versneden wanden heeft men tijdens de restauraties een grote crypte ontdekt die het plan overneemt van de bovenste apsis.  Drie beuken zijn er gescheiden door kruisvormige pijlers die geen enkel ander decor bezitten dan imposten en matig versierde basissen.  De 4 traveeën zijn in de lengte overdekt met graatgewelven die hernomen geweest zijn.  Deze crypte die het graf van de heilige Adéle herbergde wordt direct verlicht door vensters geopend in de rechte muren.  De graatgewelven zijn begrensd door gordelbogen die een gelijke ruimte in de hoogte weergeven.  Dit alles geeft een heel ruime indruk aan het geheel.

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    In het westen is het voordeel aan de binnenzijde voorzien van een tribune met 2 boogreeksen terwijl aan de buitenzijde de gevel een verwante oplossing lijkt te bieden zoals te Amay met 2 torens maar in het midden afgewerkt met een puntgevel.

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    Aan de binnenzijde rusten de pilasters op de imposten van de pijlers en lopen tot en met de hoge vensters onder de vorm van een half ingewerkte halfzuil die een kubisch kapiteel dragen.  Hierdoor wordt een verticaal ritme gecreëerd  en dit in tegenstelling tot de naaktheid van de muren bij de Ottoonse kerk en zijn horizontaal ritme waarbij de nadruk wordt gelegd op de verdeling van de traveeën.  De wil om het schip te versieren dat men reeds terugvindt te Spire voor het midden van de 11de eeuw, heeft hier bijgedragen tot een hoge vorm van verfijning door de opeenstapeling in de hoogte van pijler, pilaster en colonnet.  Geen enkele aanwijzing duidt hier op een mogelijke wil tot overwelven.

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    Aan de buitenzijde ontvangt het hoogste gedeelte van het schip een muurversiering analoog met de binnenzijde maar op het bovenste niveau begrensd met de daken van de zijbeuken.  De zuilen die kapitelen dragen, ontvangen de terugval van een doorlopende fries van boogreeksen die de één op de twee vensters omkaderen.  Dit buitenste dispositief wordt niet verlengd met een doorloopgalerij of een eenvoudig versierde galerij die men terugvindt aan de top van de apsissen van Saint-Nicolas-en-Glain of die de vensters omkaderen zoals bij de Sint-Pieterskerk te Sint-Truiden.

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    belgië,brabant-wallon,kerk,crypte

    De chronologie van de kerk te Orp-le-Grand is niet zo eenvoudig vast te stellen.  Men heeft data voorgesteld gaande van de 2de helft van de 11de eeuw tot het einde van de 12de eeuw.  De architecturale opstelling toont aan dat het gedeelte van het transept en het koor het oudste moet zijn omwille van de afwezigheid van iedere decor, van de vorm en de structuur van de crypte en de volumes van het transept.  Het schip zou recenter van datum moeten zijn omwille van zijn heel uitgewerkte murale plastiek.  De eenheid van het plan en de verheffing maakt het echter moeilijk om 2 constructiecampagnes van elkaar te onderscheiden.

    Bronnen.

    - Xavier Barral i Altet in Belgique romane; Editions de Zodiaque "la Nuit des Temps 71"; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 1979.

    - André Courtens en Jean Roubier in Romaanse kunst in België; Uitgeverij Vokaer Brussel 1971.

    - Jacqueline Leclercq-Marx in L'Art roman en Belgique; Editions J-M. Collet 1997. 

    Bijlagen.

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Sainte-Ad%C3%A8le-et-Saint-Martin_d%27Orp-le-Grand

    -https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_Sainte-Ad%C3%A8le-et-Saint-Martin_d%27Orp-le-Grand?uselang=fr

    -http://www.hesbayebrabanconne.be/fr/eglise-romane-des-saint-martin-sainte-adele

    -http://spw.wallonie.be/dgo4/site_ipic/index.php/pdf/fiche/25120-INV-0061-02

    -http://histart.over-blog.com/article-2nd-patrimoine-eglise-sainte-adele-et-saint-martin-d-orp-le-grand-113651591.html

    -https://plus.google.com/u/0/114232711193413610987/posts/LKyGRgSSepX

  • Eglise Saint-Martin te Tourinnes-la-Grosse (Brabant-Wallon)

    Eglise Saint-Martin

    te Tourinnes-la-Grosse

     

    Beschrijving.
    Tourinnes-la-Grosse situeert zich op de weg van Wavre naar Leuven en is een deelgemeente van Beauvechain in Waals-Brabant.
    De Sint-Martinuskerk van Tourinnes-la-Grosse bezit eveneens een donjonkarakter.  De ligging bovenop de heuvel maakt de verdedigingsfunctie nog duidelijker. De zware toren uit de eerste helft van de 13de eeuw gaf aanleiding tot het ontstaan van het toponiem. 

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    Het schip van de pijlerbasiliek is ouder, maar de datum is problematisch.  Dit preromaanse gedeelte kan nog stammen uit de 10de eeuw.  De wanden zijn nog heel ruw gemetseld, de pijlers hebben geen imposten, zijn ietwat schuin opgetrokken en dragen de hoefijzervormige bogen.

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    Bij de restauratie in 1954 - 1961 onder leiding van R.M. Lemaire werden de wanden van het schip opnieuw bepleisterd. Een volgende restauratiecampagne had plaats in de jaren 90 van de 20ste eeuw en dit vooral aan de buitenzijde.
    De onderbouw van de zijbeuken en van het koor is eveneens romaans.

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    belgie,brabant-wallon,kerk,preromaans,donjon

    Bronnen.

    - Jacqueline Leclercq-Marx in L'Art Roman en Belgique; Editions J-M. Collet 1997.

    - Jean-Pierre Esther en Geert Bekaert in België Romaans, uitgeverij Hadewijch Antwerpen - Baarn.

    -André Courtens en Jean Roubier in Romaanse kunst in België; uitgeverij Vokaer Brussel 1971.

    Bijlagen.

    -https://www.routeyou.com/fr-be/location/view/47566995/eglise-saint-martin-de-tourinnes-la-grosse

    -http://www.eglisesouvertes.be/church_detail.asp?n=saint-martin&churchID=943

    -http://www.hesbayebrabanconne.be/fr/eglise-saint-martin

    -http://www.amisduclavecin.be/lieu_tourinnes.html

    -https://plus.google.com/u/0/114232711193413610987/posts/fCMDs9tVMsq

  • Eglise Saint-Médard te Jodoigne (Brabant-Wallon)

    Eglise Saint-Médard

    te Jodoigne

    Beschrijving.

    De Sint-Medarduskerk werd gebouwd na 1184 toen het domein van de hospitaalridders van Sint-Jan van Jeruzalem bij het hertogdom Brabant werd toegevoegd, en de verschillende bouwfazen duurden tot in de 14de eeuw.

    Vooral de samenstelling van de buitenwand van het halfronde koor toont aan hoe de Maasromaanse traditie zich nog verderzet door bv aaneengesloten rondbogen op zuiltjes, en hoe voorzichtig men de principes van de Gotiek uit Frankrijk toepast door bv een grotere scheiding tussen de dragende elementen en de wandvullingen, door grotere licht- en schaduweffecten en meer versieringen aan de vensters met zuiltjes met knopkapitelen.  Maar de spitsboog is nog afwezig.  Ook in het interieur merken we de aarzeling tussen het handhaven van de massieve muren en het bundelen van de krachten en spanningen door de toepassing van kruisribgewelven.  De stijl doet sterk denken aan de voormalige cisterciënzerabdij van Villers-la-Ville waar eenzelfde gehechtheid aan de Romaanse tradities kan worden vastgesteld tot het einde van de 13de eeuw.

    belgië,brabant-wallon,kerk,apsis

    belgië,brabant-wallon,kerk,apsis

    belgië,brabant-wallon,kerk,apsis

    belgië,brabant-wallon,kerk,apsis

    belgië,brabant-wallon,kerk,apsis

    Het interieur gerestaureerd onder leiding van R.M. Lemaire in de jaren 1970 is bijzonder klaar in vergelijking met de overige kerken zoals te Orp-le-Grand.  Het schip is nogal gedrongen van verhoudingen en vermoedelijk was het de bedoeling de kerk westwaarts nog verder uit te bouwen.  De hybridische vermenging van laatromaans en vroeggotische elementen is bij de restauratie nog versterkt door het contrast tussen het ontpleisterd muurwerk en de ongemoeid gelaten pleistergewelven van 1759.

    Bronnen.

    - Jacqueline Leclercq-Marx in L'Art Roman en Belgique; Editions J-M. Collet 1997.

    - Jean-Pierre Esther en Geert Bekaert in België Romaans, uitgeverij Hadewijch Antwerpen - Baarn.

    -André Courtens en Jean Roubier in Romaanse kunst in België; uitgeverij Vokaer Brussel 1971.

    Bijlagen.

    -http://www.eglisesouvertes.be/church_detail.asp?churchID=32

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-M%C3%A9dard_de_Jodoigne

    -https://www.routeyou.com/fr-be/location/view/47567967/eglise-saint-medard

    -http://www.persee.fr/doc/bulmo_0007-473x_1980_num_138_4_5938

    -https://plus.google.com/u/0/114232711193413610987/posts/QbAh58LZ9Yz