84 Vaucluse

  • Eglise Notre-Dame-du-Lac van Le Thor (Vaucluse 84)

    Eglise Notre-Dame-du-Lac van Le Thor

     

    Beschrijving.

     

    De kerk van Notre-Dame-du-Lac dateert van het einde van de 12de eeuw geldt als één van de mooiste voorbeelden van de Romaanse kunst in de Provence.

    Het zuidelijke portaal is gevormd door een vooruitstekende gedeelte en zijdelings begrensd door twee hoge gegroefde pijlers met daarboven heel erg aangetaste kapitelen die bijna onleesbaar zijn geworden. Op deze kapitelen neem een mooi gemoluurde goot een aanvang, gedragen door geometrische modillons. Het portaal is doorbroken met een mooie ingang waarbij de gegroefde steunen zijn geflankeerd met half ingewerkte zuilen waarbij de cilinders zijn versierd met een decor van gebeeldhouwde ruiten, links en met vlechten, rechts. De kapitelen zijn versierd met vegetarische motieven zoals palmetten welke een menselijk gezicht verbergen. Het kapiteel van de rechterzuil stelt engelen voor met ontvouwen vleugels omkaderend een menselijk personage met daarboven margerieten terwijl deze aan de linkerzijde arenden voorstelt met ontplooide vleugels met daarboven kleine menselijke gezichten met baard. Het dekstuk van de vier kapitelen is versierd met vegetatie met pijlvormig, gevlochten bladeren om hiermee een regelmatige fries te vormen. Deze kapitelen ondersteunen een rondboog waarbij de verschillende booglijsten zijn versierd van de binnenzijde naar de buitenzijde met een torische boog, met een fries van meanders, met een dubbele fries van acanthusgebladerte, met een fries van eivormige versiering en een fries met vegetarische motieven vergelijkbaar met deze die het dekstuk versiert van de kapitelen. Het binnenwelfvlak van de boog is versierd met een reeks van rosac en andere gebeeldhouwde motieven. Het metselwerk draagt ook merktekens van de steenhouwers.

    Het westelijke portaal, dat meer bescheiden is, stelt eveneens een decoratie voor van gegroefde pilasters, half ingewerkte zuilen en een driehoekig fronton. Het is zijdelings begrensd door twee hoge, half ingewerkte zuilen dragend een driehoekig fronton waarvan de bovenste zijde zijn onderlijnd met een dubbele rij van modillons. Deze zuilen stellen gevarieerde groeven voor met zig-zag-, kabel- en ruitmotieven en met daarboven kapitelen versierd met links, vegetarische motieven en rechts met arenden met ontplooide vleugels; een motief dat men eveneens terugvindt aan het zuidelijke portaal. Tussen deze zuilen omkaderen gegroefde pijlers het portaal welk is gevormd met twee zijdelingse zuilen en met een centrale zuil ondersteunend een linteel en een tympaan versierd met een biddende hand.

    Het zevenhoekige kooreinde is geritmeerd door merkwaardige ingegroefde pijlers, geïnspireerd op de oudheid, met daarop kapitelen met opgerold acanthusgebladerte. Het bovenste gedeelte van het kooreinde is versierd met gecentreerde boogreeksen met een drievoudige boogreeks die afwisselend terugvallen op de kapitelen van de pilasters en op de modillons met geometrische en mensvormige versieringen. De gemoluurde dakgoot, gedragen door de kleine modillons afgewisseld met een fries van staafvormige kanteelversiering, draagt een dak waarbij de stenen nerven doorlopen naar een cirkelvormige bekroning versierd met drie mensenhoofden waarvan er één vernield is.

    De kruising is van het vierkante plan en stelt vier gescheiden wanden voor die de overgang verzekeren met de achthoekige klokkentoren. Deze laatste stelt twee verschillende registers voor. De eerste register is van de Romaanse periode. De hoeken van de achthoek zijn gekenmerkt door de zuilen met daarboven mooie versierde kapitelen met menselijke gezichten of dierenkoppen. Elk van deze wanden van deze register is doorbroken met twee, diep getrokken, blinde bogen. Het tweede, iets kleinere register is neoromaans. De bouw van de klokkentoren werd verschillende eeuwen na de rest van het gebouw, beëindigd als gevolg van financiële problemen tijdens de constructie.

    Aan de binnenzijde bezit de kerk een elegant koor welk geritmeerd wordt door acht zuilen waarvan de cilinders de bijzonderheid hebben, achthoekig te zijn op de helft van hun hoogte en cilindrisch aan de onderste helft. Boven deze zuilen staan gebeeldhouwde kapitelen die de ronde boogreeksen ondersteunen. Begrensd door een triomfboog in de vorm van een licht gebroken boog is het koorgewelf in segmenten verdeeld door de mooie stenen ribben die hun steun nemen op een fries van zaagtanden om zo door te buigen naar een bijzonder mooie gewelfsleutel voorstellend het Paaslam omringd met vijf arenden.

    Alhoewel het gebouw geen echt transept bezit, heeft de kerk een kruising overdekt met een mooie koepel op trompen. Gesteund door de stevige zijdelingse ontlastingsbogen vanwaar de trompen zich lanceren, is deze koepel versierd met acht stenen ribben, overgaand naar een oculus. De kruising is verlicht door een grote oculus in de zuidelijke wand getrokken.

    Alhoewel zijn Romaanse constructie is het schip van de kerk Notre-Dame-du-Lac voorzien van Gotische gewelven, versierd met de eerste kruisribben in de regio. De zijwanden van het schip zijn geritmeerd door de grote ontlastingsbogen in rondboog die steun nemen op de zware pijlers vanwaar zich eveneens de kruisribben en de gordelbogen zich lanceren. De zuidelijke muur is doorbroken met verschillende bogen terwijl de noordelijke muur, naakt is.

     

     

    Bronnen :

     - Guy Barruol in Provence Romane II; Editions Zodiaque, "La Nuit des Temps" 46, Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire.

    - Guy Barruol en Jean-Maurice Rouquette in "Itinéraires romanes en Provence"; Editions Zodiaque, "Les traveaux des mois" 18 Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire.

    - Guy Barruol en Jean-Maurice Rouquette in "Promenades en Provence romane";  Editions Zodiaque, Itinéraires culturels,  Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire.

     

  • Eglise Saint-Christophe et Notre-Dame de Belvéder te Grambois (Vaucluse 84)

    Eglise Saint-Christophe et Notre-Dame de Belvéder te Grambois

     

    Beschrijving.

     

    De parochiale kerk van Grambois was reeds op het einde van de 11de eeuw een belangrijke priorij was van Saint-André van Villeneuve-lès-Avignon.

    Het Romaanse gedeelte van het gebouw betreft een schip van drie traveeën met een nieuwe overwelving, als gevolg van een aardbeving in 1708, en is naar het oosten verlengd door een onregelmatig langwerpig kooreinde, overdekt met een gebroken tongewelf. De noordelijke muur van dit gedeelte is versierd met een fresco vermoedelijk van de 13de eeuw welke Sint-Kristoffel voorstelt. Het oorspronkelijke waaronder zich een crypte bevond, is verdwenen en vervangen door een constructie van de 14de eeuw die een mooi beschilderd retabel omvat, daterend van 1519 en voorstellend het leven van de heilige Johannes de Doper.

    Gebouwd op een uitloper van de Luberon, in een charmante site, houdt de pelgrimskapel Saint-Pancrace nog enkele gedeelten in, van de Romaanse periode.

     

    Bronnen :

    - Guy Barruol in Provence Romane II; Editions Zodiaque, "La Nuit des Temps" 46, Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire.

    - Guy Barruol en Jean-Maurice Rouquette in "Itinéraires romanes en Provence"; Editions Zodiaque, "Les traveaux des mois" 18 Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire.

    - Guy Barruol en Jean-Maurice Rouquette in "Promenades en Provence romane";  Editions Zodiaque, Itinéraires culturels,  Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire.