95 Val d'Oise

  • Ancienne église Saint-Rieul te Louvres (Val d'Oise 95)

    Ancienne église Saint-Rieul

    te Louvres

    Geschiedenis.

    De toren Saint-Rieul ten zuiden van de kerk Saint-Justin vormt een belangrijk restant van de 2de kerk van Louvres, opgericht in het 2de kwart van de 12de eeuw.  Deze houdt een koor en een klokkentoren in Romaanse stijl in alsook 2 traveeën in de klassieke stijl welk toegevoegd werd in de loop van de 17de eeuw.  Zij was geplaatst onder het dubbele patronaat van saint Rieul van Senlis en de heilige Maagd.  Het samengaan van 2 kerken tov een klein plattelandsdorp als Louvres wekt hierdoor vragen op.  In gans het Île-de-France hadden enkel Gonesse en Saint-Denis 2 of verschillende parochiekerken.  Luzarches en Montmorency hadden een parochiekerk en een collegiale waar de kanunniken bidden voor het welzijn van  de zielen van de plaatselijke landsheren.  Als verklaring voor Louvres verhalen sommige auteurs zich op de verdeling van het dorp tussen 2 heren wat op zich niets uitzonderlijks was en gewoonlijk geen invloed had op het aantal kerken.  Charles Huet sluit niet uit dat de stichting van beide kerken teruggaat naar 2 heiligen waaraan zij zijn toegewijd met Rieul van Senlis en Justin, de marteldood gestorven te Louvres in de 4de eeuw.  De banden van de 2 heiligen met Louvres waren aldus zo sterk dat de bevolking voor elk van hen een kerk stichtten.

    Niets bewijst echter het bestaan van de kerk Saint-Justin voor de 12de eeuw en Rieul heeft enkel te Louvres gepredikt alvorens hij de 1ste bisschop werd van Senlis.  De kerk Saint-Rieul bestaat wel effectief sedert de passage van deze heilige te Louvres.  Reeds in dezelfde periode bestond rond de kerk reeds een necropool wat niet enkel een eenvoudig kerkhof inhield.  Opgravingen hebben graven van verschillende personages uit de hoge aristocratie aan het licht gebracht van tijdsgenoten en nauwe verwanten van Clovis I.  De rijke opbrengsten van de opgravingen zijn gedeeltelijk uitgestald in het archeologisch museum.  Lebeuf vermeldt de schenking van een grond te Louvres door de heilige Fare in de 7de eeuw.  Deze bezat dit grondbezit van haar vader Hagnéne, een verwant van koning Thibert II.  De begraafplaats heeft een grote uitbreiding gekend tijdens de Merovingische periode en nadien als parochiale begraafplaats tot de 19de eeuw.  Men heeft dus ook de neiging om aan de kerk Saint-Rieul een gebruik als kerkhofkapel toe te schrijven wat eveneens zijn bescheiden omvang kan verklaren.  Verschillende bemerkingen gedaan door abt Lebeuf verwijzen in de richting als kerkhofkapel daar geen enkele notule van het diocees van Parijs 2 priesters te Louvres vermeld en de geconsulteerde charters en bulls vermelden niets over het bestaan van 2 kerken.  Men besluit hieruit dat de kerk Saint-Rieul geen parochiekerk was in de middeleeuwen.

    Verschillende archeologische opgravingen hebben de funderingen van 3 kapellen aan het licht gebracht die opeenvolgend op de plaats van de huidige Romaanse kerk zijn opgericht.  Hun omvang is in de ondergrond bewaard gebleven en men is verbaasd over hun kleine afmetingen.  Het 1ste koor reikte nauwelijks verder dan de basis van de klokkentoren.  Men heeft deze gedateerd op het einde van de 3de, begin 4de eeuw en beëindigde zich dmv een vlak kooreinde.  De 2de is Karolingisch.  Deze gaat terug tot de 9de eeuw.  Tenslotte is er de omtrek van een preromaanse kapel van de 10de eeuw of een Romaanse kapel van einde 11de eeuw, als het van deze is waaraan de kapitelen en de basissen van de boogreeksen behoren.  De Romaanse kerk van het 2de kwart van de 12de eeuw waarvan er nog een deel bestaat, stelde zich enkel samen met een schip zonder zijbeuken, met een centrale klokkentoren en met een kleine apsis met vlak kooreinde.  Deze 2 laatste elementen passen exact in de samenstelling van de huidige toren Saint-Rieul.  Het schip reikte tot de rue saint Justin en bezette voor het grootste gedeelte de plaats van de huidige voorplein.  De 2de verdieping van de toren is Gotisch en is ten vroegste van de 2de helft van de 12de eeuw.  In de loop van de 17de eeuw is een zijbeuk toegevoegd ten zuiden van de Romaanse kerk.

    Afgeschaft met de Franse Revolutie is het schip gedurende enkele jaren gebruikt als klokkengieterij, vervolgens werd de kerk in 1796 veranderd in een gevangenis en het schip diende als wandelkoer.  Om reden van zijn slechte staat en in het vooruitzicht om de materialen te recupereren is deze in 1801 afgebroken.  Deze diende nog tot in 1872 als gevangenis en was zelfs het voorwerp van restauratiewerken.  Een 1ste restauratie van de resten van de kerk is in 1894/1895 ondernomen.  De 2 kerken zijn als historisch monument geklasseerd op 27 juni 1914.

    Beschrijving.

    Als men de toren waarneemt vanop de stoep, bevindt men zich op de plaats van het oude schip van de kerk, ten noorden van de rue des Deux Eglises of op de plaats van de zuidelijke zijbeuk van de 17de eeuw.  Georiënteerd naar het noordwesten aan de zijde van de westelijke gevel, stelt de kerk zich samen met een niet overwelfd schip, van zijn zuidelijke zijbeuk gescheiden door een muur doorbroken van 2 boogreeksen; met een koor van 2 traveeën waarvan de 1ste de basis van de klokkentoren is en de 2de een vierkante apsis met vlak kooreinde; met een zuidelijke kruisbeuk; en met een zijkapel ten zuiden van het koor dat korter is dan de 2de koortravee en zich beëindigd door een schuine muur.  Het aantal traveeën was 4 die in verbinding stonden met elkaar door 4 boogreeksen.  De zuidelijke zijkapel is overdekt met een plafond van lattenwerk en de andere traveeën bezitten een graatgewelf.  De klokkentoren bezit een tussenliggende verdieping tussen zijn basissen en zijn Romaanse klokkenverdieping.  De 1ste verdieping waarvan de oorspronkelijke bestemming ongekend is, is overdekt door een plafond van houtwerk.  De 2de verdieping, dus de Romaanse klokkenverdieping, bezit een ribgewelf.  De overige 2 traveeën zijn voorzien van een verdiep van 1850 dat als verblijfplaats voor de bewakers van de gevangenis was, vervolgens voor de klokkenluider.  De toegang stelt zich via een ladder achter het kooreinde.

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Buitenzijde.

    Door abt Lebeuf weet men dat het beeldhouwwerk van het westelijke portaal tot de 12de eeuw toebehoorde.  De huidige westelijke gevel is niet origineel, enkel vanaf de Romaanse klokkenverdieping, en deze dateert van de restauratie van einde 19de eeuw.  De kordonlijst van kanteelversiering voor de laatste terugval van de zijdelingse steunberen behoort eveneens tot deze restauratie.  De torische moluurband onderaan de talud die de aanvang van de klokkenverdieping kenmerkt, alsook de talud zelf, zijn eveneens herdaan geweest.  De dichtgestopte bogen op het gelijkvloers zijn origineel.  Deze rechts die het huidige portaal herbergt, bezit eenvoudig lijstwerk ter hoogte van de imposten.  Deze links is vooral interessant omwille van zijn dichtgestopte triomfboog.  De geringe breedte van deze boog verklaart zich door de dikte van de muren en de steunberen laten de klokkentoren breder uitschijnen dan hij is werkelijkheid is.  De boog heeft een dubbele gording wat aanduidt dat hij niet dateert van voor de 12de eeuw en de rij van bovenste sluitstenen is versierd met een torische archivolt.

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    De Romaanse klokkentoren kenmerkt zich vooreerst door de relatieve hoogte van zijn 2 bogen per verdieping en door de soberheid van zijn beeldhouwwerk, in een regio waar de Romaanse klokkentorens zijn gekend om hun overdadigheid.  Er bevinden zich geen steunberen op dit niveau.  De hoeken van de klokkentoren zijn elk versierd met een aangebrachte colonnet waarvan de kapiteellichamen gebeeldhouwd zijn.  De bogen openen zich tussen 2 colonnetten met kapitelen en onder een torische archivolt, en bezitten een 2de analoge archivolt die op een colonnet in het midden terugvalt, en op de andere identieke colonnetten links en rechts.  De dekstukken stellen een torische moluur voor welke zich verderzet op het muren op het niveau van de imposten van de vensters, hierbij de colonnetten aan de hoeken inbegrepen.  De kapitelen zijn versierd met acanthusgebladerte.  Hier vindt men geen gootklos terug.  De 2 verdieping van de klokken dateert van de Gotische periode en stelt 2 platte steunberen voor aan iedere hoek, horizontaal gescandeerd door 2 waterlijsten.  De 2 paarsgewijze bogen per zijde zijn licht gebroken.  In tegenstelling tot de Romaanse verdieping is hier een 3de archivolt geopend en de colonnetten zijn slanker.  Hier ontbreekt eveneens een gootklos.  De muren beëindigen zich door een opengewerkte balustrade met motieven van klaverbladen, met 5 per zijde.  Het huidige dak is in een lage piramide overdekt met leistenen.

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    De noordelijke verheffing is de enige van de Romaanse kerk die bestaat zonder veranderingen.  In het noorden treft men de steunberen in uitstek aan van de basis van de klokkentoren.  Deze zijn allebei licht verschillend.  Zij stellen 1 of 2 terugvallen voor dmv een schuinte die aanwezig is op de 3 zijden en 3 terugvallen dmv een talud.  De muur valt eveneens terug door een schuinte aan de overgang van het gelijkvloers en de 1ste verdieping.  Het is aan de zijde van de boog op de verdieping dat de steunberen zich beëindigen door een 4de talud.  Bovenaan de boog loopt een kordonlijst van kanteelversiering die zich verderzet op de muur en de steunberen.  De boog opent zich onder een boog met dubbele gording waarvan de hoeken schuin afgewerkt zijn.  De rij van de bovenste sluitstenen rust op de dekstukken van de kapitelen met hoekknoppen.  De imposten van de boog zijn begiftigd met tabletten.  Op het niveau van het gelijkvloers bezitten de basis van de klokkentoren en de 2de koortravee allebei dezelfde bogen.  Hier is de bandlijst van kanteelversiering vervangen door een rij van violetbloemen; is de bovenste archivolt van de vensters van lijstwerk voorzien met een hollijst en een voetring; en is het beeldhouwwerk van de kapitelen meer versierd met stengels die 2 aan 2 liggen in het midden van de zijden en met palmetten aan de hoeken.  Men kan deze vensters vergelijken met deze van de basis van de klokkentoren van Nesles-la-Vallée van rond 1130/1140, met de westelijke venster van Haravilliers van na 1140, en de kerk Saint-Justin of van de 1ste hoge venster in het noorden van het schip van Saint-Clair-sur-Epte.

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Île-de-france,val d'oise 95,afgeschreven kerk,klokkentoren,kapiteel

    Bronnen.

    - Charles Huet in Eglises du Val d'Oise : Pays de France, vallée de Montmorency, Louvres; Gonesse 2008.

    - Jean Lebeuf in Histoire de la ville et de tout le diocèse de Paris, Tome II; Librairi de Fechoz et Letouzey; Paris 1883. Te lezen in http://gallica.bnf.fr.

    Bijlagen.

    -https://atlas-roman.blogspot.be/2015/05/91-essonne-romane.html

    -https://atlas-roman.blogspot.be/2016/12/louvres-ancienne-eglise-saint-rieul.html

    -https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1XD8OCbCexSZ9bzq1F932Cf9sCGU&ll=48.93353227652458%2C2.526191015378572&z=10

    -http://www.monumentum.fr/eglise-saint-justin-tour-saint-rieul-qui-lui-sert-clocher-pa00080105.html

    -http://www.culture.gouv.fr/public/mistral/merimee_fr?ACTION=CHERCHER&FIELD_1=REF&VALUE_1=PA00080105

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/Tour_Saint-Rieul

    -https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Tour_Saint-Rieul,_Louvres

    -http://www.patrimoine-religieux.fr/eglises_edifices/95-Val-dOise/95351-Louvres/174104-VestigesdelancienneegliseSaint-Rieul(diteTourSaint-Rieul)

    -https://plus.google.com/u/0/114232711193413610987/posts/DkBPTe7dE7Y

  • Eglise Saint-Pierre-et-Saint-Paul te Santeuil (Val d'Oise 95)

    Eglise Saint-Pierre-et-Saint-Paul

    te Santeuil

    Geschiedenis.

    De kerk van Santeuil was aanvankelijk geplaatst onder het patronaat van Saint-Romain en hing af van de abdij van Meulan en het aartsbisdom van Rouen tot de Franse Revolutie.  Geen enkel document in de archieven verstrekt inlichtingen wat betreft het gebouw en zijn constructiecampagnes.  De archeologische analyse onderscheidt 2 goed te onderscheiden constructiecampagnes.  De 1ste situeert zich in het 2de kwart van de 12de eeuw en betreft het transept, de klokkentoren en het koor, en de 2de situeert zich in het 1ste kwart van de 13de eeuw.  Gedurende het laatste kwart van de 15de eeuw werd een nieuw portaal doorbroken in de zuidelijke zijbeuk en het portaal in de westelijke muur van de zuidelijke kruisbeuk werd op hetzelfde moment dichtgemaakt.

    De kerk Saint-Pierre-et-Saint-Paul is één van de zeldzame religieuze gebouwen in de Vexin dat min of meer gespaard is gebleven van vernieling tijdens de 100-jarige Oorlog.  Vooral tijdens de opeenvolgende bezettingen door de Engelsen gedurende de 1ste helft van de 15de eeuw is het merendeel van de kerken in de Vexin in brand gestoken of gedeeltelijk vernield.  Reconstructies in de flamboyante Gotische stijl vervolgens in de Renaissance vanaf het laatste kwart van de 15de eeuw had dit tot gevolg waardoor talrijke beuken en koren van de middeleeuwen zijn verdwenen.  Dit is echter niet het geval te Santeuil en zij behoudt een relatief, stilistisch geheel wat uitzonderlijk is voor de kerken van de 12de en 13de eeuw in de regio.  De kleine wijzigingen die aan de kerk zijn aangebracht betreffen vooral de vensters om de lichtinval te bevorderen.  Aldus zijn de 2 kruisbeuken van het transept voorzien van vensters in gebroken boog, veel groter dan de oorspronkelijke Romaanse vensters, en dit waarschijnlijk in de 13de eeuw; is een uitgestrekte boog uitgewerkt in het kooreinde in de 14de eeuw; zijn 2 grote rondboogvensters in de zuidelijke muur van het kooreinde en 2 andere in de oostelijke muren van de kapellen waarschijnlijk doorbroken in de 18de eeuw; en zijn de zijvensters van de zijbeuken tijdens de moderne periode en een 2de keer op het einde van de 14de eeuw doorbroken geweest.

    Van de oorspronkelijke kerk bestaan dus nog de vensters van de westelijke gevel, de hoge vensters van het schip, de 3 zijvensters van de kruisbeuken en de 2 vensters in het noorden van het koor waarvan er 1 dichtgestopt is.  Eveneens om praktische redenen zijn de zuilen van de boog die de kruising van het transept met het koor op middenhoogte versneden en de pijlers van de klokkentoren onderaan verruimd om de zichtbaarheid van het koor vanuit het schip te verbeteren.  Eigenlijk is verschil tussen de zuilen slechts 1,80 meter wat een foute opvatting van de kerk betreft.  Tijdens een recente restauratie door Eugène Lefèvre-Pontalis in 1886 zijn de bundelpijlers van de 5 colonnetten aan de muur van de noordelijke kruisbeuk vervangen door bundels van 3 colonnetten.  Andere wijzigingen zijn moeilijker te verklaren zoals het wegnemen van de dubbele archivolt met zijn colonnetten en kapitelen voor de zuidelijke kapel en het dichtmaken van de nauwe doorgang tussen de noordelijke kruisbeuk en het koor in 1920.  Op een ongekend moment werd een sacristie toegevoegd in de hoek tussen de zuidelijke kruisbeuk en de zuidelijke kapel.

    Op voorspraak van L. Magne die de slechte staat in 1890 signaleerde, werd het gebouw op 30 oktober 1894 geklasseerd als historisch monument.  De 1ste restauraties zoals deze aan de binnenzijde van de noordelijke zijbeuk, zijn voorafgaand aan de klassering.  Als gevolg van deze klassering zijn talrijke werken aan het gebouw gedurende verschillende decennia ondernomen.  Verder de herwerking van de vensters van de zijbeuken waarvan het Romaanse karakter is hersteld, de steunberen werden hersteld en de gootklossen gerestaureerd, en verschillende modillons werden vervangen.  In 1905 en 1906 werd een kwart van het bovenste van de spits in steen volledig gereconstrueerd.  Het gebinte en de overdekkingen werden hersteld, toevoegingen en verstevigingen werden uitgevoerd aan de wanden zowel aan de binnen-als buitenzijde, de bogen aan de tribunes geopend aan de top werden dichtgemaakt, de gewelfbogen en een deel van de basissen van de zuilen werden herdaan.  Een versteviging aan de buitenzijde van de kerk had plaats tussen 1922 en 1923.  De hoofdarchitect van de dienst historische monumenten, belast met de leiding van de werkplaats werd Gabriël Ruprich-Robert vanaf 1908, vervolgens Jules Formigé tussen 1927 en 1942.

    Beschrijving.

    De kerk komt in grote mate overeen met dezelfde buitenste verschijning van tijdens zijn afwerking in 1220.  Regelmatig georiënteerd en van het kruisvormige plan stelt de kerk zich samen met een schip van 4 traveeën met 2 zijbeuken, met een lager transept dan het schip waarvan de kruisbeuken 2 opeenvolgende traveeën inhouden; met een centrale klokkentoren die zich verheft op de kruising van het transept; met een rechthoekig koor van 2 traveeën welk zich beëindigt door een vlak kooreinde; met 2 oostelijke kapellen ten oosten van de kruisbeuken; en met een sacristie op de hoek tussen de zuidelijke kruisbeuk en zijn oostelijk gerichte kapel.  Het schip, de zijbeuken en de kruising van het transept zijn overwelfd met ribben; en de kruisbeuken, de oostelijke kapellen en het koor overwelfd met een gebroken tongewelf.  De kerk beschikt over 2 toegangen met het westelijke portaal en het zijportaal aan de zuidelijke zijbeuk.  Het portaal aan de zuidelijke kruisbeuk en een ander in de westelijke muur van de noordelijke kruisbeuk zijn dichtgestopt.  Aan de buitenzijde stellen de daken puntgevels voor aan de 4 uiteinden.  De zijbeuken, de oostelijke kapellen en de sacristie zijn overdekt met een afdak.  Het afdak van de noordelijke kapel neemt haar steun tegen de koormuur en niet aan de kruisbeuk en de 1ste boog (venster) in het noorden van het koor werd dichtgestopt.  Dit laat veronderstellen dat dit niet om een originele samenstelling gaat.  Een traptoren flankeert de westelijke gevel, links van het schip.

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    (foto Wikipedia)

     

    Buitenzijde.

    De buitenzijde is heel homogeen en de Romaanse gedeelten onderscheiden zich bijna niet van de Gotische.  Het beloopt nog geen 50 jaar tussen het beëindigen van het transept en het begin van het huidige schip.  Gans het gebouw is opgericht in lokale steen ontgonnen in dezelfde steengroeven en de maatstenen zijn gebruikt voor het koor, het transept en het schip.  Enkel de zijbeuken en de oostelijke kapellen zijn gebouwd in breuksteen.  De weinig, uitstekende steunberen van de hoge muren van het schip en de gootmuren van de kruisbeuken alsook van het koor lijken buiten gewoon goed op elkaar.  Zij stellen een korte talud voor ter hoogte van de vensters en beëindigen zich ten slotte als platte steunberen en leunen aan tegen de gootklos, zonder eindtalud.  De steunberen van de kruisbeuken en het koor zijn zwaarder aan hun onderste gedeelte en zijn omringd door een bandlijst die de muren verbindt, wat een heel zeldzame samenstelling is.  Een andere bandlijst van hetzelfde torische profiel loopt rond de oostelijke gedeelten in de nabijheid van de funderingen.  De steunberen van de gootmuren van de zijbeuken zijn nauw over hun ganse hoogte maar zijn gescandeerd door 2 taluds die een waterlijst vormen.  Een andere gelijkenis betreft de gootklossen die bestaan uit modillons gebeeldhouwd met maskers of geometrische motieven zowel op de noordelijke kruisbeuk, de kapellen en het koor, als op het schip en de zijbeuken wat de veronderstelling weergeeft dat de modillons van het oude Romaanse schip opnieuw zouden gebruikt zijn op het schip.  De modillons die nog resten, zijn deze van na de restauraties, en op de kapellen zijn bijna alle modillons verdwenen.  

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    De zuidelijke kruisbeuk bezit trouwens modillons van het type "beauvaisine" wat niet uitzonderlijk is in de Vexin.  Deze gootklos is nog heel uitstekend wat een constructie laat vermoeden van de jaren 1130/1140.  De vensters van het schip en de zijbeuken zijn allen in een gebroken boog zoals de laatste hoge vensters die authentiek zijn maar het gebruik van de gebroken boog is reeds systematisch in de Romaanse gedeelten van de kerk, buiten de doorgang en tussen de zijbeuken en de kruisbeuken.  De buitenste insprong van de werkelijke Romaanse vensters zijn nog meer uitgewerkt zoals men kan vaststellen aan de oostelijke muur van de noordelijke kruisbeuk.

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Meer nog dan aan de zijdelingse verheffingen scheidt de samenstelling tussen het westelijke portaal en het dichtgestopte portaal in het westen van de zuidelijke kruisbeuk, een periode van een 60-tal jaar van elkaar.  Het Romaanse portaal is in rondboog, een vorm die bijna volledig afwezig is aan de binnenzijde van de kerk.  De torische archivolt is versierd met een rij van violetbloemen en rust op 2 colonnetten met kapitelen waarbij deze links nieuw is, en deze rechts onherkenbaar.  De steunmuren van de ingang nemen heel wat ruimte in, in overeenkomst met de colonnetten en steunen het linteel met timpaan dat een versiering van 3 rijen met gebroken staven voorstelt.  De flamboyante ingang van de zuidelijke zijboog is in korfboog.

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Portaal westelijke gevel

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Portaal westelijke gevel van de zuidelijke kruisbeuk

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Portaal zuidelijke zijbeuk

    Klokkentoren.

    De bijzondere, ruime klokkentoren gaat terug tot de beginperiode van de kerk en bestaat uit 2 verdiepingen, opengewerkt met 2 rondbogen per verdieping en per zijde alsook uit een 8-hoekige spits in steen met 4 kegeltjes aan de uiteinden.

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Aan de binnenzijde verloopt de overgang van het vierkante naar het 8-hoekige plan langs de trompen.  Aan de buitenzijde zijn de hoeken van de klokkentoren bezet door omsloten colonnetten tussen de steunberen en tot op de 1ste verdieping nemen deze de vorm aan van zuilen.  De gootklossen met modillons beëindigen de 2 verdiepingen en ter hoogte van de gootklos tussen de 1ste en 2de verdieping kenmerken de kordonlijsten van violetbloempjes het einde van de hoekzuilen van de 1ste verdieping.  De heel nauwe rondbogen zijn voorafgegaan door de veelvuldige archivolten waarvan de zuilen versierd zijn met versierde kapitelen, voornamelijk met hoekknoppen maar geregeld ook met geometrische motieven zoals de boven elkaar geplaatste mouwstrepen, en op de zijden met zware kapitelen van de gemeenschappelijke zuilen aan de 2 archivolten per verdieping waarop men maskers herkent.

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Op het niveau van de 2de verdieping hebben de 2 archivolten geen gemeenschappelijke zuil in het midden maar rusten telkens op 2 verwijde colonnetten.  Hier zijn de bogen niet meer begrensd met colonnetten zoals dit het geval was op de 1ste verdieping.  Het decor is vervolledigd door rijen van diamantpunten bovenaan de archivolten en een fries van zaagtanden op de sluitstenen van de 2de verdieping.  De spits is overdekt met dezelfde zaagtanden en hun ontwerp is heel onregelmatig.  De zijden van de piramiden zijn niet opengewerkt door oculi en gescheiden door bogen onder de vorm van voetringen.  Een bloemversiering tooit hun top. 

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren,portaal,modillons

    In zijn geheel vervoegt de klokkentoren zich het meeste met deze van de kerken van Saint-Christophe van Cergy en Saint-Aubin van Ennery.

    Bronnen.

    - Monique Rivoire in Congrès archéologique de France, Santeuil, 103ième session 1943; Editions Picard; Paris 1944.

    - Eugène Lefèvre-Pontalis in Notice archéologique sur l'église de Santeuil; Imprimerie Lucien; Paris 1886 te lezen in http://worldcat.org.

    - Maryse Bideault et Claudine Lautier in Île-de-France Gotique I, les églises de la vallée de l'Oise et du Beauvaisis, Editions A. Picard; Paris 1987.

    Bijlagen.

    -https://atlas-roman.blogspot.be/2015/05/91-essonne-romane.html

    -https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1XD8OCbCexSZ9bzq1F932Cf9sCGU&ll=49.09042011110824%2C2.1538151601562276&z=10

    -http://www.monumentum.fr/eglise-pa00080207.html

    -http://www.culture.gouv.fr/public/mistral/merimee_fr?ACTION=CHERCHER&FIELD_1=REF&VALUE_1=PA00080207

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Pierre-et-Saint-Paul_de_Santeuil

    -https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_Saint-Pierre-et-Saint-Paul_de_Santeuil?uselang=fr

    -http://www.patrimoine-religieux.fr/eglises_edifices/95-Val-dOise/95584-Santeuil/174130-EgliseSaint-Pierre-et-Saint-Paul

    -https://plus.google.com/u/0/114232711193413610987/posts/9wH274rwv8B

  • Eglise Notre-Dame-de-l’Assomption te Frémécourt (Val d'Oise 95)

    Eglise Notre-Dame-de-l’Assomption

    te Frémécourt

    Geschiedenis.

    Het oudste gedeelte van de huidige kerk is de Romaanse klokkentoren.  Pierre Coquelle klasseert deze klokkentoren temidden deze van de 11de eeuw gebaseerd op de 4 vierkante pijlers waarop de klokkentoren steunt.  Bernard Duhamel baseert zich op dezelfde criteria om deze te dateren op het einde van de 11de eeuw zich beroepend op het feit dat de Romaanse architectuur voor deze periode nog bijna niet aanwezig is in de regio.  De klokkentoren verheft zich bovenop de zuidelijke kruisbeuk van het transept en niet bovenop de kruising van het transept, tegen de regel in di gangbaar is in de Vexin, de streek van Beauvais en de Valois.  Zeldzaam zijn de kerken die in hetzelfde geval verkeren zoals te Acy-en-Multien, Bourdonné, Cramoisy, Davron, Fontenay-en-Parisis, Juziers, Goussainville, Lierville, Limay, Nesles-la-Vallée, Tracy-le-Val.  Omdat de klokkentoren deel uitmaakt van het transept zou deze eveneens moeten dateren van deze periode maar geen enkel specifiek element is zichtbaar.  Het schip is eveneens Romaans wat door de afwezigheid van deze karaktertrekken niet zichtbaar is maar men weet dit met zekerheid door een klein rondboogvenstertje dat ontdekt werd in het metselwerk van de zuidelijke muur in de loop van de jaren 1980.  Met de Gotische periode is het transept herwerkt voor een eerste keer wat wordt vermoed door de boogreeksen in spitsboog rond de kruising van het transept en ten oosten van de zuidelijke kruisbeuk alsook door de gebroken boog aan de zuidelijke kruisbeuk.

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren

     

    In september 1697 bemerkt de groot vicaris van Pontoise, Vincent de Marais, de slechte staat van het gebouw en laat geen misvieringen meer doorgaan vooraleer deze gereconstrueerd wordt.  Deze reconstructie rond het jaar 1700 betreft het vervangen van het portaal aan de gevel van het schip waarbij het decor onafgewerkt blijft, het doorbreken van enkele vensters en waarschijnlijk de hernemingen in het vierkant van het transept en in het koor waar de dekstukken eenvoudige, vierkante tegels zijn.  Bernard Duhamel beweert dat de gewelfsleutels heel erg gerestaureerd zijn wat verbazing opwekt daar gans de kerk met een pleisterlaag bezet is en de details onder de lagen pleisterwerk zijn verdwenen. 

    De kerk werd als historisch monument geklasseerd op 28 juni 1974.  Sedert deze datum heeft het binnengedeelte van de kerk nog geen restauratie ondergaan.

    Het dorp van Frémécourt is voor de eerste maal vermeld in 1190 wanneer de plaatselijke heer zich Eudes de Frémécourt noemt.  Tijdens deze periode bestaat de Romaanse kerk van Frémécourt reeds sedert 2 generaties.  Zij is ten titel van Marie Hemelvaart.  De geschiedenis van de parochie moet nog geschreven worden en in afwezigheid van publicaties kunnen enkel de voornaamste gebeurtenissen vermeld worden.  Ten tijde van het Ancien Régime hing Frémécourt af van de aartsbisschop van Rouen, en het priesterschap is tot de benoemingsplicht van de aartsbisschop van Rouen.  Met de Franse Revolutie is het nieuwe diocees van Versailles gesticht om al de parochies te groeperen op het territorium van het departement Seine-et-Oise.  In het kader van de heroprichting van de departementen in het Île-de-France en de stichting van het departement Val-d'Oise, is het nieuwe diocees van Pontoise opgericht in 1966.

    Beschrijving.

    Regelmatig georiënteerd beantwoordt de kerk aan een eenvoudig, symmetrisch plan.  Deze stelt zich samen met een niet overwelfd éénbeukig schip, met een transept waarbij de zuidelijke kruisbeuk dient als basis voor de klokkentoren, en met een koor van 2 traveeën met vlak kooreinde aanpalend met 2 zijbeuken of zijkapellen van dezelfde lengte.  Een kleine sacristie flankeert de zuidelijke kruisbeuk.  Het vierkant van het transept, het koor en zijn zijbeuken zijn overwelfd met ribben, de kruisbeuken zijn eenvoudig geplafonneerd.  Men betreedt de kerk langs het westelijke portaal.  Een kleine ingang die nu niet meer dienst doet, bestaat eveneens ten westen van de noordelijke kruisbeuk.  De structuur van de daken weerspiegelt niet het plan daar het koor en het transept in hun geheel overwelfd zijn door het achterste dak waarbij de klokkentoren die getooid is met een achthoekige spits, oprijst.  Het schip bezit een onafhankelijk dak met 2 hellingen en met een puntgevel die de westelijke gevel domineert.

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren

    (Foto Wikepedia)

    Buitenzijde.

    De buitenzijde van de kerk biedt weinig interesse.  In tegenstelling tot de grote meerderheid van de Romaanse klokkentorens in de Vexin, de streek van Beauvais en de Valois die rijkelijk versierd zijn, is de klokkentoren van Frémécourt beperkt tot een eenvoudige weergave.  Een schuin afgewerkte band die sterk uitsteekt, loopt rond de ganse toren op de overgang van de tussenliggende verdieping en de klokkenverdieping.  De klokkenverdieping is doorbroken met 2 rondbogen of in een gebroken boog op iedere zijde.  De archivolten zijn van lijstwerk voorzien met een voetring en een hollijst en de gebruikelijke colonnetten met kapitelen ontbreken.  Er is geen enkele andere vorm van versiering.  Boven de klokkenverdieping veroorzaakt de overgang naar een achthoekig plan naar 4 schuinaflopende vakken een archeologische merkwaardigheid.

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren

    Île-de-france,val d'oise 95,kerk,klokkentoren

    De samenstelling getuigt van een tweede klokkenverdieping van het achthoekige plan waarvan men vermoedt dat dit nooit uitgevoerd geweest is.  Enkele voorbeelden van achthoekige Romaanse klokkentorens in de streek zijn Brueil-en-Vexin, Foulangues, Jambville, Rieux, met één enkele verdieping, te Bouconvillers, Cambronne-lès-Clermont, Cauvigny, Condécourt, Lierville, Tracy-le-Val, met twee verdiepingen, te Acy-en-Multien met 3 verdiepingen.  De bovenste verdieping van de klokkentoren te Poissy is eveneens achthoekig.  Pierre Coquelle telt de klokkentoren van Frémécourt temidden van de onvolledige Romaanse klokkentorens met een spits in leisteen.  Hij vermeldt nog 9 andere voorbeelden maar geen enkele betreft een achthoekige klokkentoren.

    De westelijke gevel heeft zijn huidige vorm verkregen rond 1700.  Deze gaat door als onvolledig.  Dit is niet geheel zeker daar het hier ook zou kunnen gaan om een zwakke esthetische wens.  Alhoewel het schip niet voorzien was om overwelfd te worden zijn de 2 hoeken van de gevel geflankeerd met 2 zware rechthoekige steunberen.  Zij zijn breed en uitstekend en vallen per keer terug langs een schuinte gecorrigeerd door lijstwerk met een plint, en een tweede keer door een waterlijst op het niveau van de imposten van het portaal, alvorens zich te beëindigen door een talud die een waterlijst vormt.  De puntgevel is onversierd.  De hoogste gedeelte van de gevel is opengewerkt door een rondboogvenster zonder uitsprong en versiering.  De ingang in rondboog is omringd met een brede hollijst begrensd met fijne prismavormig lijstwerk.  Zij is begrensd met 2 half ingewerkte zuilen die voorzien zijn van kapitelen met ruwe cilindrische kapiteellichamen en enkel voorzien enkele eenvoudige delen lijstwerk.  De vierkante dekstukken steunen een vaag zichtbaar kroonwerk dat 3 steenblokken inhoudt.  De afwezigheid van lijstwerk op het kroonwerk zou het voornaamste kenmerk zijn van de onvolledigheid.  De gootklos met lijstwerk zet zich verder op de muren links en rechts van het portaal en gaat tot en met de steunberen.

    8.jpg

    Bronnen.

    - Pierre Coquelle in Les clochers romans du Vexin Français et du Pincerais; Pontoise 1903, te lezen in gallica.bnf.fr.

    - Bernard Duhamel in Guide des églises du Vexin Français, Frémécourt; Editions du Valhermeil; Paris 1988.

    Bijlagen.

    -https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1XD8OCbCexSZ9bzq1F932Cf9sCGU&ll=49.134287704868804%2C1.7723148908698931&z=10

    -http://www.monumentum.fr/eglise-pa00080060.html

    -http://www.culture.gouv.fr/public/mistral/merimee_fr?ACTION=CHERCHER&FIELD_1=REF&VALUE_1=PA00080060

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Notre-Dame-de-l%27Assomption_de_Fr%C3%A9m%C3%A9court

    -https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_Notre-Dame-de-l%27Assomption_de_Fr%C3%A9m%C3%A9court?uselang=fr

    -http://fr.topic-topos.com/eglise-notre-dame-de-lassomption-compans

    -http://www.patrimoine-religieux.fr/eglises_edifices/95-Val-dOise/95254-Fremecourt/160568-EgliseNotre-Dame-de-lAssomption

    -http://clochers.org/Fichiers_HTML/Accueil/Accueil_clochers/95/accueil_95254.htm

    -https://plus.google.com/u/0/114232711193413610987/posts/aBHezjng6QG