60 Oise

  • Église Saint-Martin te Bonneuil-en-Valois (Oise 60)

    Église Saint-Martin

    te Bonneuil-en-Valois

     

    Geschiedenis.

    De kerk is geplaatst onder het patronaat van Sint-Maarten van Tours.  In 1052 of 1053 vertrouwt Heddon, bisschop van Soissons van 1052 tot 1064, de kerk van Bonneuil-en-Valois toe aan Raoul III de Vexin, graaf van Valois, misschien in de hoop dat deze ze reconstrueren.  Maar Raoul III behoudt deze kerk niet voor lange tijd.  Door een charter van 1053 schenkt hij deze aan de priorij Saint-Arnoul van Crépy-en-Valois die aldus de begever van de prebenden voor het priesterambt wordt.  Tijdens het Ancien Régime hangt de priorij af van de dekenij van Coyolles, van de aartsdekenij van La Rivière en het diocees van Soissons.  De Franse Revolutie brengt de aanhechting van alle parochies van het departement van de Oise aan het diocees van Beauvais met zich mee die met het Concordaat van 1801 afgeschaft wordt en vervolgens in 1822 opnieuw in ere hersteld.

    Niets resteert nog van de kerk die bestond in het midden van de 11de eeuw.  Zij is rond 1120 volledig gereconstrueerd in de Romaanse stijl.  Deze kerk bezit een basicaal schip dat niet overwelfd is en 5 traveeën bezit.  De gevel en de grote boogreeksen in het noorden zijn vandaag de laatste restanten met eveneens een zijdelingse klokkentoren ten noorden van het koor.  Van het koor in deze periode weet men niets meer af.  In de loop van het laatste kwart van de 12de eeuw is deze vervangen door een nieuw, in de eerste Gotische stijl dat zich samenstelt met 3 traveeën waaronder een rechthoekige apsis met vlak kooreinde en waarbij de 2de travee naast een kleine, vierkante kapel aan de noordelijke zijde, naast de basis van de klokkentoren.  Rond 1200 is een andere vierkante maar grotere aangebouwd ten zuiden van de 2, eerste koortraveeën.  Zij vertoont zich aan de buitenzijde als een zuidelijke kruisbeuk van het transept.  In de loop van de 16de eeuw ondergaat de kerk belangrijke wijzigingen met een asymmetrisch schip en waarbij de 2, eerste koortraveeën van het koor in één enkele travee wordt omgezet.

    De eerste wijzigingen, na 1530, verklaren zich door de slechte staat van het gebouw naar aanleiding van de Honderdjarige Oorlog en verwijzen naar gedeeltelijke vernielingen.  Zij betreffen de totale reconstructie van de beide zijbeuken van het schip; de 2 laatste boogreeksen ten noorden van het schip die door 1 enkele boog van grote omvang is vervangen; en de 2 eerste koortraveeën waarvan de gewelven en de steunen zijn afgebroken en plaats gelaten hebben voor de basissen ten noorden van de tussenliggende gordelboog.  De basissen zijn u de enige getuigen van de oude staat van het koor.  De 2 gewelven zijn vervangen door een laat flamboyant gewelf begrensd door 2 eveneens flamboyante gordelbogen ten westen en ten oosten.  De steunen van de gordels zijn slecht aangebracht en moesten enkele jaren later vervangen worden.  De herneming luidt de 2 herwerkingscampagnes in die in de Renaissancestijl wordt uitgevoerd.  Het bestaan van 2 te onderscheiden campagnes is bewezen door de onsamenhangendheid tussen de gordelbogen en hun steunen, en door het verschillend profiel van de zuidelijke gordelboog naar de zuidelijke kruisbeuk toe die eveneens herdaan is.  Men stelt zich niet tevreden om de gebreken op te lappen maar men richt nieuwe, grotere gordelbogen op ten zuiden van het schip en voorziet een ribgewelf.  Ondanks deze slecht bedachte tussenkomsten blijft de kerk van grote interesse.  Op 20 januari 1913 is de kerk als historisch monument geklasseerd.  De integrale restauratie is sedert 2014 van start gegaan.  Einde 2016 zijn de daken en de buitenste verheffingen reeds voltooid met uitzondering van de zuidelijke zijbeuk.

    Beschrijving.

    Ongeveer regelmatig georiënteerd met een lichte afwijking van de as naar het zuidoosten aan de zijde van het kooreinde, stelt de kerk zich samen met een niet overwelfd schip met 2 zijbeuken; met een koor van 2 ongelijke traveeën en zich beëindigend met een vlak kooreinde; met de basis van de klokkentoren en een kleine, vierkante kapel ten noorden van de 1ste koortravee; en met een grote, vierkante kapel of kruisbeuk ten zuiden van dezelfde travee.  Een polygonaal traptorentje flankeert de zuidwestelijke hoek van het transept.  De sacristie bezet de hoek tussen de zuidelijke kruisbeuk en de 2de koortravee.  Het schip telde oorspronkelijk 5 grote boogreeksen aan iedere zijde.  De 2 laatste boogreeksen in het noorden zijn vervangen door een brede boogreeks tijdens de flamboyante periode en de grote boogreeksen in het zuiden zijn volledig herbouwd tijdens de Renaissance en zijn nu met 3 in aantal.  De hoge vensters bestaan nog bovenaan de 3 vrije pijlers in het noorden van het schip.  De kerk bezit slechts 1 verdieping in verheffing.  De 1ste koortravee is tot stand gekomen in de vereniging van 2 onregelmatig langwerpige traveeën.  Deze is breder dan de 2de die uit de as staat naar het noorden toe.  Het schip is overdekt met een lambrisering.  De zijbeuken hebben een passend bijgevoegde opbouw.  De basis van de klokkentoren is overwelfd met een tongewelf in de as van het gebouw.  De 2 koortraveeën en de 2 kapellen zijn overwelfd met ribben.  Men betreedt de kerk langs de westelijke gevel, langs een kleine deur in de muur van de noordelijke zijbeuk of langs het hoofdportaal van het schip.  Het schip en het koor zijn voorzien van een dak met 2 hellingen met een puntgevel aan de gevel en een andere aan het kooreinde.  De zijbeuken en de sacristie zijn voorzien van afdaken.  De zuidelijke zijbeuk bezit een zadeldak loodrecht op de as van het schip, met een puntgevel in het zuiden.  De kleine kapel in het noorden is overdekt met een dak van 2 achterdelen, zonder puntgevel.

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    De klokkentoren.

    De kerk bezit een zijdelingse klokkentoren, ten noorden van het koor, en geen open centrale klokkentoren, kenmerkend voor het grootste gedeelte van de kerken van de 12de en de 13de eeuw, in het noorden van het historische Île-de-France. 

    De basis van de klokkentoren met zijn tongewelf vormt het oudste gedeelte van de kerk.  Ook vindt men hier geen enkel spoor terug van een venster aan de noordelijke zijde.  Boven de basis verheffen zich 3 verdiepingen.  Er is een horizontale scandering tussen de 1ste en de 2de verdieping, en tussen de 2de en de 3de verdieping.  De platte steunberen vallen terug langs een schuinte aan de overgang van de 1ste verdieping en beëindigen zich door een talud bovenaan de 2de verdieping zoals het de gewoonte was in de Romaanse periode, is de bovenste verdieping vrij van steunberen.  De 1ste verdieping vormt een soort van tussenverdiep, enkel met als doel om de toren voldoende hoogte te geven.  Hij is opengewerkt met 1 enkele rondboog in het midden van de noordelijke en westelijke zijde.  Een rij van spijkerkoppen kenmerkt het begin van de 2de verdieping.  Deze is echter in het westen herwerkt geweest en zijn bogen zijn volledig dichtgestopt in het oosten.  Aan de noordelijke zijde bemerkt me nog de oorspronkelijke opvatting.  Deze is doorbroken met 2 relatief nauwe rondbogen die breder schijnen te zijn dankzij de verlenging met colonnetten met kapitelen die de torische archivolten ondersteunen.  Een gootklos met modillons beëindigt de 2de verdieping uitgezonderd ten westen waar nog enkel een tablet overblijft.  De 2de verdieping is opengewerkt met 2 paarsgewijze bogen per zijde waarbij de archivolten zijn gebeeldhouwd met een rij van gebroken staven zoals te Courcelles-sur-Viosne en Labruyere, en met een rij van spijkerkoppen.  De gebroken staven zijn geregeld gebruikt bij de portalen.  Deze versiering is aan de oostelijke zijde verdwenen en het is nog enkel in het noorden dat elk van de bogen nog steeds versneden is in 2 nauwe boogreeksen door een centrale colonnet en een timpaan.  Deze geregeld voorkomende samenstelling treft men eveneens aan te Auger-Saint-Vincent, Béthisy-Saint-Martin, Chamant, Glaignes, Heilles, Jaux, Labruyere, Marolles, Morienval, Néry, Orrouy, Saintines en Saint-Vaast-de-Longmont.  Zoals de archivolten verdelen de 2 bogen eenzelfde colonnet voor een tussenstijl, de nauwe boogreeksen verdelen eenzelfde colonnet in het midden wat een totaal van 9 colonnetten met kapitelen per zijde van de klokkentoren geeft.  De hoogste verdieping beëindigt zich eveneens door een gootklos met modillons die op verschillende wijzen verdeeld zijn maar als bijzonderheid is de tablet met 4 rondbogen tussen 2 modillons uitgehold.  De oorspronkelijke overdekking moest een piramide in steen geweest zijn.

    2.jpg

    3.jpg

    4.jpg

    5.jpg

    De westelijke gevel en de zijdelingse verheffingen.

    De westelijke gevel van het schip is begrensd met 2 platte Romaanse steunberen waarvan deze links herdaan is op gans zijn bovenste gedeelte.  De gootmuren van het schip bezitten geen steunberen.  Boven de grote westelijke boog loopt een reeks van violetbloemen die zich verderzetten op een kort deel op het niveau van de imposten.  Deze versiering, geregeld vergezeld met sterren of diamantpunten, is kenmerkend voor de 12de eeuw en bevindt zich eveneens op de klokkentoren te Angy, op het kooreinde van Bailleval, op het zuidelijke portaal van Bury, bovenaan de noordelijke vensters van het schip van Cambronne-lès-Clermont en Marolles, op de westelijke portalen van Nointel en Saint-Vaast-de-Longmont,... en bij de ribben in het koor van Bonneuil-en-Valois ! Het portaal vormt een licht uitstekend geheel dat versierd is met een korte talud en zonder fronton.  Dit vooruitstekend gedeelte is sterk gewijzigd met de constructie van het portiek dat reeds lange tijd verdwenen is.  Boven de archivolt is het portaal gescandeerd door een schuin afgewerkte tablet dat onderbroken is door een verminkt bas-reliëf van de Liefdadigheid van Sint-Maarten.  De heel archaïsche archivolt is met 2 rijen van niet versierde sluitstenen met daarboven een band van schuin afgewerkte graten.  De rij van de onderste sluitstenen valt direct terug tot op de bevloering.  De bovenste booggordel wordt opgevangen door een dubbele, schuin afgewerkte tablet samen met deze van de binnenste booggordel waartussen 2 colonnetten met kapitelen zijn ingeplant.  De colonnetten zijn monoliet en de kapiteellichamen zijn gebeeldhouwd met hoekkrullen en ruwe palmetten, aan de krullen verbonden door de fijne twijgen.

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    De noordelijke gootmuur bezit een gootklos met modillons zoals bij de 2de verdieping van de klokkentoren en bovenaan de vensters vindt men dezelfde violetbloemen terug zoals bij de westelijke boog van het schip

    17.jpg

    18.jpg

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    Apsis.

    Op de zowel zuidelijke als noordelijke apsis alsook op de noordelijke kapel vindt men een gootklos terug in de Romaanse traditie die zich samenstelt met een ingewerkte voetring en kleine rondboogreeksen die terugvallen op de grijnzende maskers.  De bogen van de boogreeksen zijn gebeeldhouwd met spijkerkoppen.  De vensters bezitten een insprong naar buiten toe.  Deze van de apsis zijn begrensd met 2 colonnetten met kapitelen, van hetzelfde type als aan de noordelijke kapel, met daarboven een torische archivolt alsook een rij van violetbloemen die zich zijdelings verderzet tot aan de steunberen.  De grens van deze verlenging is benadrukt door een waterlijst met een ingewerkte voetring die rond de steunbeer loopt.  Deze steunberen met uitsprong zijn karakteristiek voor de 1ste Gotische periode.  Minder breed van hetzelfde type zijn de steunberen van de noordelijke kapel.  Hun uitsprong is omringd met een voetring, zonder dekstukken noch kapitelen.  Boven de bogen loopt een band met lijstwerk die zich samenstelt met 2 lijstjes gescheiden door een hollijst en zich horizontaal verderzet op het niveau van de imposten vooraleer verticaal naar beneden te lopen met 2 aanzetten in de lengte van de steunberen.  Hier kenmerkt geen enkele band de grens van de overgang.

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    picardië,oise 60,portaal,kerk,modillon

    Bronnen.

    - Eugène Lefèvre-Pontalis in L'Architecture religieuse dans l'ancien diocèse de Soissons au XIe et au XIIe siècle, tome II; Editeur, E. Plon, Nourrit et Cie; Paris 1897 te lezen in worldcat.org.

    - Dominque Vermand in Eglises de l'Oise, canton de Crépy-en-Valois:Les 35 clochers de la Vallée de l'Automne; Départemental de Tourisme de l'Oise 1996.

    Bijlagen.

    -http://atlas-roman.blogspot.be/2014/07/60-oise-romane.html

    -https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1NblwPQAIkI3UVSg2PA-flzJ6ub4&ll=49.40291657507025%2C2.8749693065144583&z=10

    -http://www.monumentum.fr/eglise-pa00114533.html

    -http://www.culture.gouv.fr/public/mistral/merimee_fr?ACTION=CHERCHER&FIELD_1=REF&VALUE_1=PA00114533

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Martin_de_Bonneuil-en-Valois

    -https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_Saint-Martin_de_Bonneuil-en-Valois?uselang=fr

    -https://www.fondation-patrimoine.org/fr/picardie-19/tous-les-projets-894/detail-eglise-st-martin-de-bonneuil-en-valois-13926

    -http://1090architectes.com/portfolio/eglise-saint-martin-a-bonneuil-en-valois/

    -http://www.patrimoine-religieux.fr/eglises_edifices/60-Oise/60083-Bonneuil-en-Valois/111654-AncienneabbatialeNotre-DameduLieu-Restaure

    -http://clochers.org/Fichiers_HTML/Accueil/Accueil_clochers/60/accueil_60083.htm

    -https://plus.google.com/u/0/114232711193413610987/posts/fGEt3KykFUx

  • Collégiale Notre-Dame te Mello (Oise 60)

    Collégiale Notre-Dame

    te Mello

    Geschiedenis.

    Terwijl Mello de zetel was van één van de belangrijkste heerlijkheden in de streek van Beauvais telde Mello verschillende religieuze instellingen ondanks de bescheiden omvang van het dorp.  Martin de Mello sticht een kapittel van 6 kanunniken in 1103 in de kerk Notre-Dame die aldus een collegiale wordt.  In 1157 sticht Renaud de Mello een priorij toegewijd aan de heilige Maria-Magdalena.  Deze had een wens zien uitkomen in het Heilig Land dat hij ingeval de kruistocht zou overleven, hij een deel van het Ware Kruis te Mello zou schenken.  De priorij werd geschonken aan de abdij van Vezelay.  In 1502 belast een concordaat de kanunniken van de collegiale met priesterfuncties die zij samen moeten uitvoeren welke in de toekomst niet zonder problemen zal blijven.  De collegiale wordt aldus terzelfdertijd een parochiekerk.  In 1524 sticht de edeldame van Mello, Louise de Mello, een godshuis te Cires-lès-Mello op enkele honderden meters verder naar het noordwesten maar beheerd door de inwoners van Mello.  Zes religieuzen van de Franciscanen zijn hier geïnstalleerd.

    Twisten over het deel van het Kruis leiden tot onenigheid tussen de kanunniken, de religieuzen van de priorij en andere geestelijke instellingen van Mello.  Hertog, Henri I de Montmorency voert een hervorming door in 1571 en beveelt dat het deel van het kruis wordt overgedragen aan de kapel van het kasteel om het tijdelijk te bewaren.  Dit kruis wordt in een klein zilver kruisje ondergebracht als reliek.  In 1618 beslist de bisschop van Beauvais, Augustin Potier, om een pastoor te benoemen omwille van het verwaarlozen van de pastorale functies door de kanunniken.  De baron van Mello en de abdij Saint-Quentin van Beauvais hebben afwisselend het voorrecht om er een priester aan te stellen.  Met de Franse Revolutie wordt er in 1791 beslist dat het reliek van het Kruis moet terugkeren naar de parochie van Mello en zou normaal gezien uitgestald worden in de kerk Notre-Dame maar verdwijnt en zal nooit meer teruggevonden worden.  Gedurende hetzelfde jaar nog wordt de kerk van de priorij afgebroken.

    Van de oorspronkelijke kerk Notre-Dame blijft niets meer over.  De huidige kerk gaat terug tot het laatste kwart van de 12de eeuw en het gelijkvloers en de verdieping van het triforium zijn in 1200 afgewerkt.  De 2de constructiecampagne tussen 1210 en 1220 betreft de hoge vensters, de gewelven en de daken.  Aan de buitenzijde blijft het gemakkelijk om de 2 constructiecampagnes te onderscheiden dankzij de kleurverschillen van de stenen, somber onderaan en helder bovenaan.  Reeds in de 16de eeuw verschijnen er onregelmatigheden in de structuur van de hoogste gedeelten.  Het grote roostervenster van de noordelijke kruisbeuk is voor een groot gedeelte dichtgestopt en vervangen door een gewoon venster, en de 2 roostervensters in het westen en het zuiden ontvangen een nieuwe opvulling. 

    Gedurende de 1ste helft van de 16de eeuw verplichten structuurproblemen tot een gedeeltelijke reconstructie van de pijlers aan de kruising van het transept, de hoogste delen van de oostelijke muren van het transept en het koor, en de gewelven rond de kruising.  De vensters behouden een meer bescheiden profiel, hierbij ook inbegrepen deze voor het triforium.  Enkele toevoegingen worden gedurende dezelfde eeuw uitgevoerd met de oprichting van een 2de zijbeuk in het noorden waarvan de 2de travee zich in het noorden verlengd met een kapel van geringe diepte en dienst doet als familiegraf voor de familie van Montmorency, met een vergelijkbare maar kleinere kapel die hiernaast wordt opgericht voor de noordelijke kruisbeuk om een marmeren graf onder te brengen van de familie de Nesle; en met een ingevoegde kapel van 1 travee tussen het portaal en de zuidelijke kruisbeuk, reeds onder invloed van de Renaissance.  Deze herwerkingen tasten het aspect van de binnenzijde van de kerk niet aan maar meer de hoofdgevel.

    Ondanks de herstellingen van de 16de eeuw was de stabiliteit niet geheel verzekerd en gans het oostelijke gedeelte stortte in 1741 in.  Men weet niet meer of de 2de koortravee zich beëindigde door een vlak kooreinde of door een polygonale apsis.  Een eenvoudige muur doorbroken van een spitsboogvenster sluit het koor in het oosten af.  De torenspits op de kruising dateert eveneens van de 18de eeuw.  In de 19de eeuw is de ondergrond rond de kerk en aan de binnenzijde verstevigd om weerstand te bieden aan de geregelde overstromingen van de Thérain.  Tijdens dezelfde periode ondergaat het koor belangrijke restauraties.  Als gevolg van zijn klassering als historisch monument op 16 augustus 1921, is een restauratiecampagne begonnen in 1927 onder leiding van de hoofdarchitect van historische monumenten, A. Collin.  Het puin van de bombardementen die de huizen in de nabijheid van de kerk troffen tijdens WO II, hebben de hoogste gedeelten van de kerk beschadigd en een nieuwe restauratie was nodig.

    Beschrijving.

    Regelmatig georiënteerd volgt de kerk een kruisvormig plan, uitgezonderd aan de toevoegingen van de 16de eeuw maar als bijzonderheid gaat de oostwestelijke uitbreiding niet voorbij de noordzuidelijke uitbreiding.  De westelijke muur die schuin geplaatst is tov het schip, langer in het noorden als in het zuiden, bereikt met de zuidelijke verheffing niet dezelfde lengte van het transept.  De kerk stelt zich samen met een schip van slechts 2 traveeën met 2 zijbeuken waarbij de noordelijke sinds de 16de eeuw verdubbeld is; met een uitstekend transept waarbij iedere kruisbeuk 2 opeenvolgende traveeën inhoudt; en met een koor met vlak kooreinde, geflankeerd met 2 zijbeuken die zich elk verlengen door een minder diepe kapel zowel in het noorden als het zuiden.  Deze kapellen staan niet in verbinding met het transept.  In deze staat voegen zich voor het zuidelijke portaal in de 1ste travee van de zuidelijke zijbeuk, een kleine ondiepe kapel, voor de 2de travee van de 2de noordelijke zijbeuk, en een kapel vergelijkbaar voor de noordelijke zijbeuk, in.  In totaal bezit de kerk dus 5 kapellen waarbij deze aan de zijde van het portaal de ruimste is.  Het portaal onder het portiek vormt de enige toegang tot de kerk.  De verheffing wordt gedragen op 3 niveau's met de lage vensters of grote boogreeksen, triforium en hoge vensters en de kerk bezit puntgevels aan de 4 zijden.  De zijbeuken zijn overdekt met afdaken die de hoge vensters vrij laten, uitgezonderd ten noorden van het schip waar het afdak is vastgezet als een verderzetting met het dak van het schip.

    Buitenzijde.

    Het silhouet van de kerk is heel compact en ongewoon maar de breedte van het transept waarbij de zuidelijke kruisbeuk de hoofdgevel domineert, duidt het belang van het gebouw aan en de gevel van de zuidelijke kruisbeuk verraadt eveneens de ambitieuze verheffing op 3 niveau's welke de binnenzijde overheerst.  De gevel van de kruisbeuk is gestut door 2 rechthoekige steunberen aan iedere hoek waarvan enkel deze gericht naar het zuiden gescandeerd zijn door 3 kleine uitsprongen.  De onderste waterlijst zet zich verder over de ganse muur en het is op deze dat de 2 rondboogvensters van het gelijkvloers, met een nog Romaanse inspiratie, zijn afgelijnd.  Hierboven staan torische archivolten die rusten op colonnetten met kapitelen en boven de booglijst voegen zich een 2de voetring en een rij van zaagtanding toe.  Bovenaan deze vensters situeert zich een opeenvolging van 4 niet versierde kleine rondbogen, voorbestemd om het triforium open te werken.  De zijmuren bezitten één enkele venster van hetzelfde type, enkel in de uiterste travee van de kruisbeuk.

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    Nog hoger loopt een waterlijst in de lengte van de muren en omsluit zelfs de steunberen.  Het gaat hier om een rondgang toegankelijk langs de openingen in de steunberen.  De muur van de hoge vensters is met een lichte insprong geplaatst.  De rondgang is doorbroken met een enorm roostervenster waarvan het omringend lijstwerk origineel is.  De opvulling kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden.  Men kan 3 sterren zien waarvan 2 bovenaan en 1 onderaan, elk met 6 uiteinden alsook de uiteinden van 3 andere sterren waarbij de rest zich buiten het venster bevindt.  Het midden van de sterren vormen 6 hoeken waarrond 6 driehoeken zijn samengesteld maar de ruimten tussen de sterren en tussen de sterren en de boord van het venster vormen in totaal 9 vierbladige oculi waarvan er enkele diagonaal zijn geplaatst.  Op de gootmuren zijn de kruisbeuken eveneens voorzien van hoge vensters.  Het gaat om 2 spitsbogen met daarboven een eenvoudige oculus waarvan het geheel niet versierd is en zich inschrijft in een spitse ontlastingsboog.

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    De westelijke zijde is niet het voorwerp geweest van bijzondere zorgen daar het bijna onmiddellijk uitgaf op het kasteel van Argyle dat nu verdwenen is.  Zij is asymmetrisch met een steunbeer in uitsprong zoals bij deze aan de noordelijke kruisbeuk maar een traptorentje in het ontwerp links overlapt deze steunbeer.  Het hoogste gedeelte van de muur is bezet door een groot roostervenster met een uitgewerkte opvulling zoals aan de zuidelijke kruisbeuk.  In tegenstelling tot de kruisbeuken ontbreken hier de bogen voor het openwerken van het triforium.  De muur is volledig naakt onder het roostervenster.  Op het gelijkvloers is deze versierd met een opeenvolging van 7 spitsboogreeksen en deze in het midden was niets anders dan een oud dichtgestopt portaal.  Begrensd met 2 colonnetten met kapitelen maar aanvankelijk met meer dan 2 andere, bewaart het zijn verfraaide timpaan met een voorstelling van de Verrijzenis van een heel ruwe makelij.  Einde 19de eeuw was de nauwe doorgang voor de westelijke gevel nog overdekt met een houten plafond en aan de andere zijde ondersteund door een serie van gebeeldhouwde modillons met grijnzende maskers getooid met gebladerte.

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    picardië,oise 60,kerk,timpaan,overgangsstijl,gotiek

    Bron.

    - Dominique Vermand in Eglises de l'Oise:Canton de Montataire, Vallées de l'Oise et du Thérain; Beauvais 1998

    Bijlagen.

    -http://atlas-roman.blogspot.be/2014/07/60-oise-romane.html

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/Coll%C3%A9giale_Notre-Dame_de_Mello

    -https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_Notre-Dame_de_Mello

    -http://freeoise.free.fr/communes/lettrem/mello/

    -http://www.monumentum.fr/eglise-pa00114743.html

    -http://www.culture.gouv.fr/public/mistral/merimee_fr?ACTION=CHERCHER&FIELD_1=REF&VALUE_1=PA00114743

    -http://www.patrimoine-religieux.fr/eglises_edifices/60-Oise/60393-Mello/171074-EgliseNotre-Dame

    -http://clochers.org/Fichiers_HTML/Accueil/Accueil_clochers/60/accueil_60393.htm

    -https://plus.google.com/114232711193413610987/posts/6ynzSPKfomf

  • Eglise Saint-Pierre te Vaumoise (Oise 60)

    Eglise Saint-Pierre

    te Vaumoise

    Geschiedenis.

    De kerk is geplaatst onder het patronaat van de heilige Petrus, apostel en eerste paus van de christenheid.  Zijn stichtingsdatum kent men niet.  Het huidige gebouw is gebouwd in één enkel ontwerp in de loop van de jaren 1150 in de primitieve Gotische stijl nog verwant met de Romaanse.  Het schip was aanvankelijk van het basicale plan.  Het gebouw leed onder de Honderdjarige Oorlog die de vernieling van het schip en de centrale klokkentoren, bovenaan de kruising van het transept met zich meebracht.  De reconstructie werd in de 16de eeuw op een eenvoudige manier uitgewerkt met een schip zonder zijbeuken en een puur functionele klokkentoren bovenaan de noordelijke kruisbeuk.  Tijdens het Ancien Régime hing de parochie af van de dekenij van Coyolles, de aartsdekenij van La Rivière en het diocees van Soissons.  De begever van de prebenden van het priesterambt is de bisschop van Soissons.  De tienden worden verdeeld tussen de abdij Notre-Dame van Lieu-Restauré en de collegiale Saint-Thomas van Crépy-en-Valois.  De Franse Revolutie bracht de aanhechting van de parochies van de Oise aan het diocees van Beauvais met zich mee, dat op zijn beurt met het Concordaat van 1801 werd afgeschaft en vervolgens in 1822 in ere werd hersteld.  Vaumoise wordt een onderparochie die afhangt van de kerk van Bémont.  Zij is op het einde van de 20ste eeuw het centrum van een parochiale hergroepering die zich uitstrekt over Bonneuil-en-Valois, Erméville, Feigneux, Grondreville, Russy-Bémont, Vauciennes en Vez.

    De kerk wordt op 15 oktober 2014 ingeschreven als historisch monument omwille van het grote belang van zijn oostelijke gedeelten.

    Beschrijving.

    Ongeveer regelmatig georiënteerd met een lichte afwijking van de as naar het noordoosten aan de zijde van het kooreinde, beantwoordt de kerk aan een symmetrisch plan.  Zij stelt zich samen met een klein, rechthoekig schip van aanvankelijk 3 traveeën die vroeger eveneens 2 zijbeuken hadden, van een aanpalend transept, van een halfronde apsis en met 2 absidiolen eveneens in halfrond.  De moderne klokkentoren met zadeldak is bovenaan de noordelijke kruisbeuk gezet.  De restanten van de oude, centrale klokkentoren bestaan nog aan de hoeken van de kruising van het transept.  De sacristie die zich situeerde op de plaats van de 2de travee van de noordelijke zijbeuk is rond 2014 afgebroken.  Het transept meet 16,20 m in de lengte in noordzuidelijke zin en de kruising van het transept en de apsissen samen meten 10,20 m in de diepte.  Het schip is opnieuw overdekt met een nieuw, bepleisterd plafond en bezit geen enkel karakter.  Enkel in het noorden stelt zij 2 dichtgemetselde spitsbogen voor die op de schuin afgewerkte tabletten terugvallen.  De kruising van het transept, de zuidelijke kruisbeuk en de apsis zijn overwelfd met ribben.  De eerste 2 gewelven dateren van de 16de eeuw en bereiken een hoogte van 9 m.  De laatste, oorspronkelijke meet 8,70 m hoogte onder de gewelfsleutel.  De noordelijke kruisbeuk bewaart zijn oorspronkelijk graatgewelf.  De 2 absidiolen hebben nog steeds een tongewelf met een einde in halfkoepel.  Het westelijk portaal vormt de voornaamste ingang van de kerk.  Een zijportaal bestaat ten noorden van het transept.  Het schip is voorzien van een dak met 2 hellingen en een puntgevel in het westen.  De kruising van het transept en de zuidelijke kruisbeuk bezitten een dak met 2 gemeenschappelijke hellingen, loodrecht op deze van het schip met een puntgevel in het zuiden.  De apsis en absidiolen hebben een stenen koepeldak.

    picardië,oise 60,kerk,apsis

    (Foto Wikipedia)

    Buitenzijde.

    Het kooreinde van de kerk van Vaumoise heeft geen evenknie in de regio en de samenvoeging van 3 apsissen in een halfrond overdekt met sferische kapconstructies is heel pittoresk.  De vensters van de absidiolen zijn niet versierd en de steunberen zij er afwezig.  Het enige detail dat de aandacht trekt is de schuin afgewerkte tablet bij de aanvang van de kapconstructie in steenblokken.  Zij vormt gewoon het bovendeel van het gewelf in halfkoepel.  De hoofdapsis stelt analoge vensters voor van de kruisbeuken en zijn gestut door 2 steunberen in uitsprong waarvan het bovenste gedeelte heel fijn is op middenhoogte van de vensters.  Men verbaast zich over de totaal uit de as aangebrachte, kleine oculi bovenaan de noordoostelijke en zuidoostelijke bogen.  Men vindt er eveneens een gootklos terug die zich samenstelt met een platte lijst, een voetring in amandelvorm en een zware voetring in uitstek geplaatst.  In tegenstelling tot de absidiolen komt zijn vorm niet exact overeen met de achterzijde van het ribgewelf en om dit te bekomen heeft men de intervallen tussen de gewelfconstructie moet opvullen met steenblokken of kalkpuin.  De stenen daken zijn ongebruikelijk in de omgeving uitgezonderd voor de spitsen en de traptorens.  Zij zijn lokaal verspreid in de omgeving van Creil.

    6.jpg

    7.jpg

    8.jpg

    9.jpg

    Bijlagen.

    -http://atlas-roman.blogspot.be/2014/07/60-oise-romane.html

    -https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1NblwPQAIkI3UVSg2PA-flzJ6ub4&ll=49.345975986980136%2C2.6208881480487207&z=9

    -http://www.monumentum.fr/eglise-saint-pierre-pa60000089.html

    -http://www.culture.gouv.fr/public/mistral/merimee_fr?ACTION=CHERCHER&FIELD_1=REF&VALUE_1=PA60000089

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Pierre_de_Vaumoisehttps://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Pierre_de_Vaumoise

    -https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_Saint-Pierre_de_Vaumoise?uselang=fr

    -http://www.patrimoine-religieux.fr/eglises_edifices/60-Oise/60661-Vaumoise/143736-EgliseSaint-PierreetSaint-Paul

    -https://openagenda.com/events/nuit-des-eglises-a-vaumoise-dans-l-oise

    -http://clochers.org/Fichiers_HTML/Accueil/Accueil_clochers/60/accueil_60661.htm

    -https://plus.google.com/114232711193413610987/posts/SG9dSDVHaHn