• Eglise Saint-Martin te Heilles (Oise 60)

    Eglise Saint-Martin

    te Heilles

    Geschiedenis.

    De kerk is toegewijd aan Sint-Maarten te Tours.  De geschiedenis van de parochie en zijn kerk is niet gekend en men heeft geen weet van zijn stichting.

    Al de inlichtingen betreffende op oprichtingscampagnes zijn onttrokken aan de architecturale analyse.  Het oudste gedeelte van de kerk is de klokkenverdieping van de klokkentoren net als de archaïsche kapitelen met hoekknoppen en eierlijsten, en de uitstekende dakgoot "beauvaisine".  Dit laat ons toe deze Romaanse architectuur te dateren bij het begin van de 12de eeuw.  Het niet overwelfde schip zou van dezelfde periode dateren maar geen enkel bewaard document verhaalt hierover.  De vensters in spitsboog aan de zuidelijke zijde zijn aangebracht naar een herwerking daar de muren hierrond nog heel homogeen zijn en het westelijke portaal alsook het dichtgestopte portaal aan de zuidelijke zijde zijn Gotisch.  De ontwerpen die zich in bas-reliëf losmaken op de timpanen zijn hooggotisch en het is het koor dat eveneens verwant is met deze periode.  Maar de kapitelen met naakte kapiteellichamen, de niet versierde gewelfsleutels, de vernielde basissen en de rustieke stijlen van zijn vensters kunnen geen exacte periode aanduiden alsook kan de echtheid van de stijlen niet verzekerd worden.

    Het is aan een latere periode dat de basis van de klokkentoren toebehoort waarvan de pijlers en de boogreeksen totaal hernomen zijn rond het midden van de 16de eeuw.  Het beeldhouwwerk blijft een zwakke poging maar de prismavormige ribben van het gewelf die zich inschrijven in een flamboyante Gotische stijl, en de rondboogreeksen in het zuiden, westen en noorden die reeds de Renaissance aankondigen, duiden op een overgangsperiode tussen deze perioden.  Problematischer is de datering van de 2 kruisbeuken van het transept.  De noordelijke kruisbeuk die de kapel van de Maagd inhoudt, werd opgericht in 1855 op kosten van Mgr. Millière, vicaris-generaal.  Zijn valse ribgewelven, zijn absidiool, zijn venster aan de noordelijke zijde en zijn roostervenster in het westen zijn neogotisch.  De overgangssporen met de oude noordelijke zijbeuk van het schip werden weggewerkt tijdens de creatie van het roostervenster.  De zuidelijke kruisbeuk of kapel Saint-Claude, onderging een analoge reconstructie in het laatste kwart van de 19de eeuw maar zonder toevoeging van een absidiool.  De koorvensters werden hersteld in 1865 voor rekening van de gemeente en 4 onder hen werden begiftigd met een sombere vensterglazen.  De boog in de as ontving een polychroom vensterglas.

    Onder het Ancien Régime hing de parochie af van de dekenij van Mouchy-le-Châtel, de aartsdekenij van Clermont en het diocees van Beauvais.  De begever van prebenden van het priesterambt is het kapittel Saint-Michel van Beauvais.  Hij ontving eveneens een kwart van de tienden van het dorp, 2 andere kwart ontving het kapittel van Mouchy. 

    De kerk Saint-Martin werd op 12 augustus 1993 ingeschreven op de lijst van historische monumenten.  Vandaag de dag is zij toegevoegd aan de parochie Sainte-Claire van Mouy.

    Beschrijving.

    Een beetje onregelmatig georiënteerd met een lichte afwijking van de as naar het zuidoosten aan de zijde van het kooreinde, beantwoordt de kerk aan een kruisvormig plan en stelt zich samen met een portiek geopend voor het westelijke portaal van het schip; met een koor samengesteld met een heel korte rechte travee en een apsis van 7 wanden.  De enige zijbeuk van het schip, in het noorden, is verdwenen.  Als bijzonderheid maken de doorgangen van het type "berrichons" niet enkel een verbinding met de kruisbeuken en het schip maar eveneens met het koor.  Een traptorentje bezet de hoek tussen het schip en de zuidelijke kruisbeuk, en een sacristie situeert zich ten noorden van het koor.  Het schip is overdekt met een gelambriseerd tongewelf.  De kruisbeuken zijn voorzien van valse ribgewelven in licht materiaal.  De kruising van het transept en het koor hebben ribgewelven.  Het westelijke portaal vormt de enige toegang tot de kerk.  Het schip en de kruisbeuken bezitten daken van 2 hellingen overdekt met platte dakpannen, en puntgevels in het westen, noorden en zuiden.  Het koor bezit eveneens een dak met platte dakpannen en de klokkentoren is getooid met een piramide overdekt met leistenen.

    De klokkentoren.

    Met zijn klokkenverdieping is de klokkentoren van Heilles verwant met een serie van Romaanse klokkentorens in de Oise met 2 bogen per zijde, elk onderverdeeld in 2 kleine boogreeksen door een centrale colonnet en een timpaan.  Door de afwezigheid van steunberen die eerder een uitzondering vormen op dit niveau bij de Romaanse architectuur, door de afwezigheid van colonnetten aan de hoeken en door de afwezigheid van colonnetten op de stijlen van de 2 bogen per zijde is de klokkentoren van Heilles verwant met een groep sober versierde klokkentorens en vindt zijn verwanten terug te Catenoy, Chamant, Jaux, Marissel en Ménévillers.  Op deze klokkentorens hebben de 2 bogen per zijde geen archivolten met lijstwerk.  Jaux en Chamant buiten beschouwing gelaten waar de details weggewerkt zijn door herstellingen of waar het gemeenschappelijke timpaan met 2 kleine boogreeksen rust op één centrale colonnet blijft nog een kleine groep over waar de 2 kleine boogreeksen in elk van de bogen zijn inbegrepen en gekenmerkt worden door 3 colonnetten met kapitelen die een timpaan ondersteunen.  Te Catenoy en Marissel staan boven de sluitstenen van de bogen rijen van kanteelversiering maar te Heilles vindt men torische bandreeksen terug.  Te Catenoy, Marissel en Ménévillers zijn de gootklossen gevormd door een tablet welk rust op de gebeeldhouwde modillons, te Heilles echter vindt men een gootklos van het type "beauvaisine" terug welke eveneens rust op modillons gebeeldhouwd met maskers.  De gootklos is gevormd met kleine boogreeksen in rondboog, elk onderverdeeld in 2 kleinere boogreeksen en gedurende gans de 12de eeuw gebruikt.  Er bevinden zich 11 segmenten in het westen en het oosten en 10 in het noorden en het zuiden.  De modillons zijn niet allemaal gebeeldhouwd met monsterhoofden maar ook met abstracte vormen of enkel met moluren versierd.  Gans de verdieping is zorgvuldig opgebouwd in maatstenen maar het lijstwerkpatroon en het beeldhouwwerk zijn niet erg ontwikkeld.  De dekstukken van de kapitelen zijn in het profiel van een platte lijst en met een schuine afwerking.  Op het zelfde niveau stellen de tussenstijlen en de muren een tablet voor van hetzelfde profiel.  De kapitelen zijn gebeeldhouwd met hoekknoppen of eierlijsten.  Het 1ste motief verschijnt in de 2de helft van de 11de eeuw, het 2de op het einde van deze eeuw.  Drie kapitelen in het oosten zijn verborgen door het dak van het koor en behoren tot de categorie van kubische kapitelen van de Normandische school.  Eén stelt een druivelaar voor, de andere 2 personages waarbij de 1ste kalmte en rust uitstraalt, de andere heeft wilde haren en verwijde ogen waarbij hij bedreigd wordt door een slang die zich in elkaar strengelt en hem in het gezicht schijnt te bijten.  Een vogel is er eveneens voorgesteld.  Bij een talrijk deel van de klokkentorens is een gedeelte van de bogen dichtgestopt geweest op de stabiliteitsproblemen op te lossen, te Heilles heeft men gekozen om de opening van de kleine boogreeksen te verkleinen door 6 aanzetten met maatstenen waarvan er 3 een opening in het midden inhouden.

    3.jpg

    4.jpg

    5.jpg

    6.jpg

    7.jpg

     

    Bronnen.

    - Louis Graves in Précis statistique sur le canton de Mouy; Beauvais 1835, te lezen in gallica.bnf.fr.

    - Eugène Müller in Quelques notes sur les cantons de Creil et Cambly; Imprimerie Eugène Dufresne; Senlis 1899 te lezen in gallica.bnf.fr.

    - Antoine-Joseph Warmé in Mouy et ses environs : Heilles; Imprimerie D Pére; Beauvais 1873 te lezen in gallica.bnf.fr.

    Bijlagen.

    -http://atlas-roman.blogspot.be/2014/07/60-oise-romane.html

    -http://atlas-roman.blogspot.be/2014/06/heilles-eglise-saint-martin.html

    -https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1NblwPQAIkI3UVSg2PA-flzJ6ub4&ll=49.24538235239213%2C2.3338240404807493&z=10

    -http://www.monumentum.fr/eglise-pa00125663.html

    -http://www.culture.gouv.fr/public/mistral/merimee_fr?ACTION=CHERCHER&FIELD_1=REF&VALUE_1=PA00125663

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Martin_de_Heilles

    -https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_Saint-Martin_d%27Heilles

    -http://patrimoine-historique-du-canton-de-mouy.fr/spip.php?article19

    -http://sauvegardeartfrancais.fr/heilles-eglise-saint-martin/

    -https://www.fondation-patrimoine.org/fr/picardie-19/tous-les-projets-894/detail-clocher-de-l-eglise-de-heilles-43043

    -http://clochers.org/Fichiers_HTML/Accueil/Accueil_clochers/60/accueil_60307.htm

    -https://plus.google.com/114232711193413610987/posts/hdi2Q8JYMqM

  • Eglise Saint-Martin te Prunay-le-Temple (Yvelines 78)

    Eglise Saint-Martin

    te Prunay-le-Temple

    Île-de-france,yvelines 78,kerk

    Île-de-france,yvelines 78,kerk

    Île-de-france,yvelines 78,kerk

    Île-de-france,yvelines 78,kerk

    Île-de-france,yvelines 78,kerk

    Île-de-france,yvelines 78,kerk

    Île-de-france,yvelines 78,kerk

    Île-de-france,yvelines 78,kerk

    Bijlagen.

    -https://atlas-roman.blogspot.be/2016/11/98-yvelines-romanes.html

    -http://fr.topic-topos.com/eglise-saint-martin-porte-ouest-prunay-le-temple

    -http://www.patrimoine-religieux.fr/eglises_edifices/78-Yvelines/78505-Prunay-le-Temple/172692-EgliseSaint-Martin

    -https://plus.google.com/u/0/114232711193413610987/posts/iDf23ZP69SU

  • Eglise Saint-Pierre te Duvy (Oise 60)

    Eglise Saint-Pierre te Duvy

    Geschiedenis.

    De parochie is ten titel van de heilige Petrus maar men weet niets over zijn oorsprong.  Zijn stichting moet minstens teruggaan tot het einde van de 11de eeuw wanneer de huidige kerk is opgericht volgens een datum vastgelegd door Dominique Vermand.  De kerk houdt een kort schip in van 8 m lengte en een vierkante klokkentoren ten oosten van het schip.  Het bestaan van een apsis kon niet bevestigd worden tijdens de opgravingen van 2004.  Tijdens het Ancien Régime behoort de parochie tot de dekenij van Crépy-en-Valois in het diocees van Senlis.  De grote tienden werden voor de helft gedeeld tussen het kapittel en de kapelaan van de kapel Saint-Jean in de collegiale Saint-Thomas van Crépy.

    In de loop van de middeleeuwen is de kerk met 2 hernemingen vergroot.  In een 1ste periode, ongeveer rond 1160, is het schip vergroot naar het westen toe en ontving bij deze gelegenheid een nieuw portaal.  In een 2de periode, rond 1250, is een kapel toegewijd aan de heilige Maagd, toegevoegd ten noorden van het oude gedeelte van het schip en het vroegste gedeelte van het schip voorzien met 2 zijbeuken van 2 traveeën.  Zonder zekerheid is de klokkentoren verhoogd met 1 verdieping.  Dominique Vermand vermoedt dat deze wijziging veel recenter gebeurd is.  De kerk had erg te lijden onder de Honderdjarige Oorlog.  Rond het einde van de 15de eeuw is de noordelijke zijbeuk vervangen door een nieuwe die hoger ligt als het schip, met een 2de portaal in het westen.  De kapel van de heilige Maagd is herwerkt in de flamboyante Gotische stijl.  Achteraf is na het midden van de 16de eeuw de zuidelijke zijbeuk afgebroken en niet vervangen.  Hiervan rest nog enkel een deel van de westelijke muur.  Het schip is in het zuiden afgesloten door een muur en opengewerkt door 2 rondbogen.  Op een ongekend tijdstip is het westelijke portaal verminkt door een portiek en het portaal aan de zijbeuk is dichtgestopt.  Een sacristie is aangelegd in de hoek tussen de klokkentoren en de kapel van de Maagd.  Deze is herwerkt in de 18de eeuw.

    Na de Franse Revolutie is de bisschopszetel van Senlis verdwenen.  De parochie van Duvy is opgeheven en toegevoegd aan deze van Crépy-en-Valois.  Op het moment van het Concordaat in 1801 komt het territorium overeen met het departement van de Oise en gans ingeplant in het diocees van Amiens.  Van de 3 diocesen die het territorium voor de Revolutie verdeelden, is enkel het diocees van Beauvais in 1822 hersteld.  Sedert deze datum maakt Duvy hiervan deel uit.  Op 14 april 1954 wordt de kerk als historisch monument ingeschreven samen met het kerkhof dat het omringt.  Zij onderging 2 belangrijke restauratiecampagnes op het einde van de 20ste eeuw, begin 21ste eeuw.  Deze restauratie omvat eveneens het grootste gedeelte van het meubilair dat nog volledig is en vooral dateert van de 17de en 18de eeuw.

    Beschrijving.

    Regelmatig georiënteerd beantwoordt de kerk aan een eenvoudig plan met 2 beuken die zich beëindigen door een vlak kooreinde dat contrasteert met de complexiteit van zijn structuur en de buitenste verheffingen.  De basis van de klokkentoren en de toevoeging die de sacristie inhoudt aan de noordoostelijke hoek van het gebouw zijn niet zichtbaar aan de binnenzijde.  Ondanks de wijzigingen van het schip gedurende 2 constructiecampagnes verschijnt de binnenzijde heel homogeen.  Vier vensters verlichten het schip langs het zuiden en laat vermoeden dat het schip uit 4 traveeën zou bestaan maar de grote boogreeksen die deze verbinden met de noordelijke zijbeuk zijn slechts met 3.  De zijbeuk telt effectief 3 traveeën overwelfd met ribben.  Het schip is opnieuw overdekt met een gelambriseerd plafond.  De zichtbare onderverdeling tussen het schip en het koor bemerkt men door een liturgische afsluiting van gesmeed ijzer.  Men betreedt de kerk langs het westelijke portaal van het schip.  Het westelijke portaal van de zijbeuk is dichtgestopt.  De structuur van de daken houdt een dak in met 2 hellingen voor het schip, met puntgevels in het westen en het oosten, en 3 afdaken voor de zijbeuk waarbij ieder van de traveeën voorzien is met een onafhankelijke puntgevel aan de noordelijke zijde.  De klokkentoren bezit een zadeldak.  Overal heeft men leistenen gebruikt als overdekkingselement.

    picardië,oise 60,klokkentoren,kerk

    De klokkentoren.

    De klokkentoren is van een uitzonderlijke strengheid zelfs vergeleken met de klokkentorens van de 2de helft van de 11de eeuw in de regio zoals de klokkentorens van het kooreinde te Morienval, Rhuis, Saint-Aignan te Senlis en de noordelijke toren van Saint-Pierre te Senlis.  De klokkentoren van Cramoisy die  dateert van begin 12de eeuw is sober in versiering maar toch meer verzorgd.

    Het zijn zijn archaïsme, zijn oudheid en zijn tongewelf die de interesse van de klokkentoren van Duvy opwekken meer dan zijn architecturale kwaliteiten.  De toren stelt zich samen met zijn basis en 3 verdiepingen waarvan enkel de eerste verwant zou zijn met het gelijkvloers.  Deze beide verdiepingen zijn gebouwd in onregelmatige breuksteen terwijl de bovenste niveau's in maatstenen zijn opgetrokken.  Steunberen treft men enkel aan de oostelijke hoeken aan wat de veronderstelling zou kunnen staven van het ontbreken van een apsis.  Gewoontegetrouw zijn de steunberen aanwezig aan alle hoeken, in andere gevallen zoals te Cramoisy zijn ze volledig afwezig.  Aan de noordoostelijke hoek vallen de kruisbeuken terug middenhoogte terug in een afgeronde vorm in de nabijheid van hun top tussen de 1ste en de 2de verdieping.  Daar beëindigen ze zich door een talud.  Aan de zuidoostelijke kant zijn deze gedeeltelijk herdaan.  De talud die hier een waterlijst vormt bevindt zich op de plaats van de schuinte.  Waterlijsten beëindigen de muren van de 1ste en de 2de verdieping.  In het zuiden blijft een dichtgestopte boog op het gelijkvloers zichtbaar.  In het zuiden, het oosten en het noorden stelt de 2de verdieping een dichtgestopte rondboog voor onder een archivolt van staafvormige kanteelversiering.  De 3de verdieping is opengewerkt met 2 rondbogen per zijde die hun steun nemen op een dubbele, schuine band en zijn versierd met een rij van kanteelversiering, analoog met de 2de verdieping.  De kanteelversiering is eerder kubisch dan cilindrisch.  Deze bogen zijn dichtgemetseld uitgezonderd het bovenste gedeelte in het zuiden en het noorden.  Het begin van de bovenste verdieping is tijdens de Gotische periode toegevoegd en is gekenmerkt door een druiplijst vergelijkbaar met de vorige uitgezonderd ten oosten waar men een rij van kanteelversiering terugvindt.  Iedere zijde is doorbroken met 2 paarsgewijze spitsbogen die omringd zijn met een dubbele, schuine afwerking.  

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    picardië,oise 60,klokkentoren

    Bronnen.

    - Louis Graves in Précis statistique sur le canton de Crépy-en-Valois, arrondissement de Senlis; Beauvais 1843, te lezen in http://books.google.fr

    - Eugène Müller in Courses archéologiques autour de Compiègne; Compiègne 1904, te lezen in www.histoire-compiegne.com

    - Dominique Vermand in Eglises de l'Oise, canton de Crépy-en-Valois : Les 35 clochers de la Vallée de l'Automne; Comité Departemental de l'Oise 1996.

    Bijlagen.

    -http://atlas-roman.blogspot.be/2014/07/60-oise-romane.html

    -https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1NblwPQAIkI3UVSg2PA-flzJ6ub4&ll=49.0776296480251%2C2.7408039295913795&z=10

    -http://www.monumentum.fr/eglise-cimetiere-qui-lentoure-pa00114675.html

    -http://www.culture.gouv.fr/public/mistral/merimee_fr?ACTION=CHERCHER&FIELD_1=REF&VALUE_1=PA00114675

    -https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Pierre_de_Duvy

    -https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_Saint-Pierre_de_Duvy

    -http://clochers.org/Fichiers_HTML/Accueil/Accueil_clochers/60/accueil_60203.htm

    -http://ptutoy.over-blog.net/article-l-eglise-saint-pierre-a-duvy-39064239.html

    -http://www.patrimoine-religieux.fr/eglises_edifices/60-Oise/60203-Duvy/142632-EgliseSaint-Pierre