• Ancien église de la Nativité de la Sainte-Vierge te Dugny-sur-Meuse (Meuse 55)

    Ancien église de la Nativité de la Sainte-Vierge te Dugny-sur-Meuse

     

    Beschrijving.

     

    De kerk Notre-Dame te Dugny-sur-Meuse, bevindt zich in de omgeving van Verdun.  Zij is van het basicale plan met drie beuken, gescheiden door vierkante pijlers en elk in het oosten beëindigd met een absidiool.  Deze in het midden de hoofdapsis vormt het koor.  Dit Romaanse gebouw dateert van de 12de eeuw.  Zij bezit een vierkante toren met daarop een omloop.  De klokkentoren is totaal ingewerkt in de kerk.  Het gelijkvloers dat overwelfd is met ribgewelven, opent zich op het schip als op de zijbeuken.  De apsis biedt nog interessante bijzonderheden aan wat betreft de architectuur van deze periode.

    De eerste verdieping houdt een tribune in overdekt met een plafond welke men bereiken kan via een ladder tegen de westelijke muur van de noordelijke zijbeuk gesitueerd.  Zij staat met het schip in verbinding door een brede boog gevormd door drie boogreeksen onder een ontlastingsboog.  Deze boogvorm bootst eigenlijk deze van het oostelijke koor van de kathedraal van Verdun na.  Het is dankzij de aanwezigheid van deze boog dat men zegt dat de kerk van Dugny weinig later na de werken van architect Garin aan het oostelijke koor van de kathedraal van Verdun, opgericht geweest is.  Dit moet zo rond 1150 geweest zijn. 

    De hoofdbeuk is van de zijbeuken gescheiden door een serie van boogreeksen terugvallend op de vierkante pijlers waarbij de basissen zijn ingegraven.  Het grote niveauverschil dat men vaststelt, verklaart zich door een brand in de 14de eeuw, die de daken verwoestte.  Het is na deze brand dat men een nieuwe bevloering aanlegde bovenop de vernielde, aldus het gebouw verheffend met meer dan 60 cm.  Men bedekte het schip met een nieuwe overdekking zoals men deed bij de vorige.

    Enkele gedeelten van het gebouw zijn van de 15de en de 16de eeuw.  Een apsis met uitgestrekte afmetingen werd aldus het rechte gedeelte van het koor.  Zij is overwelfd in een halfkoepel, na de oorlog volledig gerestaureerd.  Tussen de twee bogen links, is de muur doorbroken met een klein dakvenstertje in de vorm van een klaverblad met vier bladeren.  In de dikte van de muur is een tabernakel gezet, zowel zichtbaar langs de binnen- als buitenzijde.

     

    Bronnen :
    - Hans-Günther Marschall, Rainer Slotta in Lorraine Romane, collection La Nuit des Temps 61, Editions Zodiaque.
    - Suzanne Braun in Art Roman en Lorraine : Architecture et sculpture, Metz 2005.