• Église Saint-Ulrich te Altenstadt (Bas-Rhin 67)

    Église Saint-Ulrich te Altenstadt

     

    Beschrijving.

    De parochiekerk van dit dorp in de nabijheid van Wissembourg, stelt zich voor als een basiliek met 3 beuken, en niet uitstekend transept afgesloten door apsissen en een klokkentorenportaal aan de gevel geplaatst.

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    De kerk die gewijzigd is door toevoegingen achteraf, heeft zonder moeite het oorspronkelijke plan behouden.  De oostelijke gedeelten met de kruising omkaderd met kapellen en apsissen, dateren van de 13de, 14de en 20ste eeuw.  De klokkentoren zonder enige band met de westelijke gevel, zoals ook het parament in maatsteen en het decor van lisenen en boogreeksen duiden een uitvoering aan van de 12de eeuw.  Samen met de bogen, samengesteld met verschillende sluitstenen die overeenkomsten vertonen met het transept van Lautenbach, en de zijapissen met Saint-Jean-lès-Saverne, moet de toren van Altenstadt teruggaan tot het 2de kwart van de 12de eeuw. 

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    Het schip moet nog van een oudere constructie zijn.  Het metselverband en de maatstenen duiden aan dat zij is samengesteld met een metselwerk dat niet alleen toebehoort aan de 11de maar eveneens aan de 12de eeuw.  Twee muren, de westelijke gevel met zijn portaal en de oostelijke overlangse muren die de triomfboog omkaderen, dateren van de 11de eeuw.  Het metselwerk van kleine regelmatige breukstenen zijn aan de hoeken begrensd met versierde aanzetten waarvan we het geometrische motief zich ook bevindt in de crypte van de kathedraal van Straatsburg, bij de kerken van Limburg en te Reichenau maar ook bij de kapel Sainte-Marguerite te Epfig en te Surbourg, allen daterend van de 11de eeuw.  Maar de boogreeksen en de gootmuren van het schip werden tijdens de 12de eeuw vernieuwd.  De pijlers, steunmuren en archivolten van de boogreeksen zijn in groot metselverband en nog meer overdekt met een fijn motief van visgraatmotief, een techniek die pas verschijnt in het 2de kwart van de 12de eeuw zoals ook te Murbach, Lorsch en Maulbronn.  De muren van het schip zijn gereconstrueerd op de funderingen van de 11de eeuw.  Maar men weet niet of de oorspronkelijke boogreeksen rustten op pijlers of zuilen.  Voor de reconstructie van het koor zou het kunnen dat de 3 apsissen, op eenzelfde lijn geplaatst, de meest voor de hand liggende oplossing zijn.

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    Het decor van deze basiliek is geconcentreerd op het portaal.  Het rechthoekige blok van het linteel stelt een interessante verwerking voor in de steen met een motief verweven of verfraaid op de uitwerking.  Men onderscheidt in de medaillons gevormd door de rankversiering; de hand van God tussen 2 ooien, apostelen Petrus en Paulus, en is een allegorisch thema voorkomend in de kunst van Ravenna.  Maar het onderwerp dat als model dienst deed heeft directe overeenkomsten in de Koptische koordewerk.  Dit portaal is een raadsel.  De gegraveerde inscriptie op kroonlijst stelt de bezoeker de vraag of abt Liuthard die Wissembourg leidde van 1002 tot 1032, de toelating had om in deze "monastieke omsluiting" binnen te treden.  Bij de kerk van Altenstadt die in de teksten steeds als een parochiekerk vermeld was, heeft men steeds de vraag gesteld of het portaal afkomstig was van hetzij van het provoost Saint-Etienne, vernield in 1528, hetzij van de abdijkerk van Wissembourg, tijdens de Gotische periode gereconstrueerd.

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

    elzas,bas-rhin 67,portaal

     

    Foto's : Mic Blois

     

    Bronnen.

    - Suzanne Braun in Sculpture romane en Alsace; Editions de la Nuée Blue, Strasbourg 2002.

    - Robert Will in Alsace romane; Editions Zodiaque, la Nuit des Temps 22, Abbaye Sainte Marie de la Pierre-qui-Vire 1982.

       

     

  • Abbatiale Saint-Pierre-et-Saint-Paul te Neuwiller-lès-Saverne (Bas-Rhin 67)

    Abbatiale Saint-Pierre-et-Saint-Paul te Neuwiller-lès-Saverne

     

    Geschiedenis.

    De abdijkerk van Neuwiller-lès-Saverne telt temidden van de meest oude abdijen in de Elzas.  Het Benedictijnenklooster gesticht rond 730 door bisschop Sigisbald van Metz, vormde met de abdij van Marmoutier een soort van enclave, als bezitting van het bisdom Metz op het territorium van het bisdom van Straatsburg.  Na de overbrenging in 836 van de relieken van Saint-Adelphe, bisschop van Metz in de eerste helft van de 3de eeuw, werd Neuwiller met Mont-Sainte-Odile, de meest belangrijke pelgrimsplaats in de Elzas.  In het kader om deze relieken te herbergen en waarschijnlijk ook om zo goed als mogelijk het monastieke leven te verzekeren, dat het college Saint-Adelphe werd gesticht in de loop van de eerste helft van de 12de eeuw om de pelgrims aan te trekken.  In de 11de eeuw had de monastieke hervorming zijn intrede gedaan te Neuwiller op initiatief van Poppon, abt van Stavelot en Malmédy, die aan het hoofd stond van de hervorming in Lotharingen.  Een tweede reorganisatie van het religieuze leven vond plaats in 1496, een datum wanneer paus Alexander VI de overschakeling van de abdij van Neuwiller beval naar een kapittel van seculiere kanunniken, geleid door een provoost.  Dit werd in 1792 opgeheven en de gemeente kwam in het bezit van de kerk.  Na de restauratie van de katholieke cultus in 1800 werd de kerk een katholieke parochiekerk.  Zij is sedert 1802 de zetel van de dekenij van La Petite Pierre.  In 1840 werd de kerk geklasseerd als historisch Monument.

     

     

    Beschrijving.

    Samengesteld uit een schip van 5 traveeën, geflankeerd met zijbeuken en een transept met een vierkante toren op de kruising zijn Gotisch koor werd in 1824 vernield.  Zoals elders ruw behandeld, werd het in 1845 gerestaureerd.

    De dichtgestopte boogreeksen en sporen in het metselwerk aan de oostelijke muur van het transept staan toe om met zekerheid de vorm van het Romaanse koor te reconstrueren.  Dit stelde zich samen met een rechthoekige travee in de verlenging van het schip met aan weerszijden geflankeerd door een vierkante travee, dit alles gesloten door trapsgewijze opgestelde absidiolen.  Twee verschillende apsissen openden zich op de armen van de kruisbeuken.

    Het binnenste gedeelte ontwaart een indruk van dichtheid en zwaarte.  Al de elementen van het gewelf, gordelbogen, ribben en schildmuren zijn langzaam ontwikkeld en om een geslotenheid van het schip te verhinderen zijn de steunmuren en de half ingemetselde zuilen onder de gordelbogen niet verlengd tot beneden. 

    Aan de buitenzijde concentreert het decor zich op de gevel doorbroken met een hoog portaal met geringde colonnetten met daarboven een roostervenster met lobben en geflankeerd met 2 ronde en verheven torens.

    elzas,bas-rhin 67

    elzas,bas-rhin 67

    elzas,bas-rhin 67

    elzas,bas-rhin 67

    elzas,bas-rhin 67

    elzas,bas-rhin 67

    elzas,bas-rhin 67

    Ondanks enkele verschillen in de vorm van de steunen, is de vorm erg homogeen en schijnt zich van oost naar west te hebben ontwikkeld.  Het model van het roostervenster bevindt zich ook in het transept van de kathedraal van Straatsburg.  De kerk Saint-Georges te Sélestat en de kapel van Obersteigen bezitten eveneens portalen van hetzelfde type; ontwerpen die men kan dateren tussen 1220 en 1235.

    Ongeveer beëindigd in 1230 kan men dus toevoegen dat de werkplaats van de kerk Saint-Adelphe werd begonnen iets na 1200.  Het zou zelfs kunnen dat het opeenvolgend zou kunnen zijn aan de vernieling van de stad door de strijd van de Hohenstaufen met de graven van Hunebourg.  De aanwezigheid van de relieken van Saint-Adelphe en de toestroom van pelgrims hadden naar het schijnt, geen enkele invloed op de keuze van het plan van de Romaanse kerk.  Maar tijdens de Gotische periode hebben de bedevaarders en de uitstalling van de relieken in een rijk ontworpen stenen reliekschrijn, dat het hoofdaltaar domineert, de constructie van een uitgestrekt koor teweeg gebracht dat spijtig genoeg in 1824 verdween.

     

    Foto's : Mic Bois

     

     Bronnen.

    - Robert Will in Alsace romane; Editions de Zodiaque; la Nuit des Temps 22, Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 1982.

    - Stephen Gasser in Congrès Archéologique de France 162e session 2004; Monuments de Strasbourg et du Bas-Rhin; Paris 2006.

    - Suzanne Braun in Sculpture romane en Alsace; Editions de La Nuée Bleue; Strasbourg 2002.

     

     

  • Eglise Saint-Trophime te Eschau (Bas-Rhin 67)

    Eglise Saint-Trophime te Eschau

     

    Geschiedenis.

    De basiliek van Eschau werd gesticht door de bisschop van Straatsburg, Remi, die ze omstreeks 778 inwijdde ter ere van Saint-Trophime.  Hij stichtte eveneens een monasterium voor vrouwen en liet vanuit Rome het lichaam van de heilige Sofie overbrengen als gift van paus Hadrianus.  In de funderingen van de huidige kerk zijn 2 fragmenten van kapitelen opnieuw gebruikt als constructiemateriaal.  Het ene dat opnieuw ontdekt werd in 1966 en steeds zichtbaar is, komt overeen met een samengesteld kapiteel waarbij de rij van eiervormige versiering hoger is dan de knoppen zoals bij enkele voorbeelden van de Karolingische periode.  Dit element zou kunnen toebehoren tot het gebouw opgericht onder bisschop Remi in de loop van het derde kwart van de 8ste eeuw.

    Een bende van Hongaarse plunderaars vernielde het klooster rond 917-926.  De bisschop van Straatsburg, Widerold, hersteld het en aan hem moet men de belangrijke rechten en bezittingen toewijden.  In de 11de eeuw maken de bisschoppen Guillaume en Hetzel op een wezenlijke manier deze stichting groter.  De 11de en 12de eeuw worden een periode van grote vooruitgang en rijkdom.  Men richt rond 1140 de kloostergang op waarbij de ter plaatste ontdekte, gebeeldhouwde fragmenten heeft bewaard te Straatsburg in het Musée de l'Oeuvre Notre-Dame.

    In 1424 was het aantal religieuzen officieel vastgelegd op 16; de kandidaten moesten van edele afkomst zijn.  Het kapittel van kanunnikessen verdween tijdens de Hervorming, rond 1525.  De kerk, ingesteld voor prebendarissen, werd in de 17de eeuw, een eenvoudige parochiekerk.

    In 1669 werd het dak boven de apsis en de transeptarmen opnieuw herdaan.  In de hoofdbeuk ging men de vensters vervangen, voor het merendeel de 10 hoge vensters als het roostervenster en de 2 bogen van de gevel.  De verhoging van de vloer tot en met het huidige niveau, ging geleidelijk per etappe gedurende de 18de en de 19de eeuw.  In 1824 haalde men in de apsis het monumentale stenen graf van de heilige Sofie en haar dochters weg.  Deze sarcofaag met een versiering van bogen en beschilderde figuren, was ondersteund door 4 colonnetten.  Hij werd in de noordelijke arm van het transept geplaatst.  Rond 1917 werden de funderingen van de kloostergang door opgravingen teruggevonden, ten noorden van de kerk.  Tijdens de restauratie van 1962-1968 ontving de kerk zijn huidig aspect. 

     

    Beschrijving.

    Buitenzijde.

    De nabijheid van een grote stad veranderde beetje bij beetje de middeleeuwse structuur en de landelijke site van Eschau.  Straatsburg bevindt zich op zo'n 12 km ten noorden van Eschau.  Het vredige dorpje van landbouwers en vissers verdubbelde zich met een kwartier van werklui en de industrie deed er eveneens zijn intrede.  De arm van de Ill die het eilend van Eschau langs het zuiden omsloot, in de periode van bisschop Remi, is dichtgedaan en de site kenmerkt zich nu door het water, weiden en bos waar de Romaanse beeldhouwer van de kloostergang het model zag van zijn ooievaar vasthoudend een veldslang in zijn bek.  Maar komend van Graffenstaden is het traditionele beeld bijna niet veranderd.  De lange en hoge daken van de kerk, ontdaan van zijn klokkentoren, profileert zich boven de dakpunten van de houten wanden van de nabije boerderijen.

    Een statig schip begrenst met lagere en gedrongen zijbeuken steunt tegen de ver uitspringende transeptarmen, eveneens lager maar waarbij het dak onder de gootklos van het schip blijft.  Dit voorkomen met volle volumes geeft nochtans onvolledige verhoudingen weer van het Romaanse gebouw.

    Het was tijdens de Gotische periode, na 1298, dat de westelijke gevel en de gootmuren van het schip werden verhoogd en het metselwerk verstevigd door 2 steunberen tegen de gevel aangezet.  De afmetingen van de vensters en de deuren is meer gevarieerd; spitsboogvensters en een roostervenster boven het ingangsportaal welk opnieuw vernieuwd werd bij het begin van de 19de eeuw; in de zijbeuken en het hoge schip vensters met een recht linteel of licht gebogen van de 18de eeuw of zelfs nog later.  Op de kader van de zuidelijke deur bemerkt men de datum van 1748.

    2.jpg

    Bij de restauratie van 1965 zijn verschillende Romaanse vensters onder het pleisterwerk teruggevonden en in hun oorspronkelijke staat hersteld zoals in het transept en de kruising.  Tijdens de werken heeft men vastgesteld dat het Gotische metselwerk is uitgevoerd met bakstenen, deze van de Romaanse periode in breuksteen van klein formaat.  De voorzijden van de aanzetten, in steenlagen gezet aan de hoeken van de gevels, zijn in de 18de eeuw hersteld geweest.  Men ontdekt nochtans de restanten van decoratieve maatstenen, in visgraat aan de hoekverbinding van de zuidelijke zijbeuk en parallelle en gebogen groeven aan het transept.

    3.jpg

    4.jpg

    Als men langs de zijde van het kooreinde voorbijkomt, bemerkt men de handigheid van de samenstelling, de verscheidenheid van de massa's welk een grootse indruk geeft aan dit gebouw met middelmatige afmetingen.  Gegroepeerd rond het dominerende schip bemerkt men verenigd onder hetzelfde  dak het schip en de kruising, de lagere zijbeuken en de uitstekende transeptarmen en de grote apsis.  Elk van deze gedeelten bezit een volume en een hoogte die verschillend is van de anderen.

    Verschillend met de beplakte voorzijden van de gevels, is een decor van naakte boogreeksen rond de cilinder van de apsis opgebouwd.  Zestien uitgedunde spaarvelden verheffen zich met een sokkel voorzien van een talud.  De kapitelen die eenvoudige, schuin aflopende tabletten zijn, zijn verbonden door bogen gevormd met sluitstenen van zandsteen, afwisselend grijs en roze.  Deze boogreeksen met ingedrukte velden waarbij er 3 zijn doorbroken met grote en recente vensters, geven een luchtigheid aan het geheel van de apsis.

    5.jpg

    6.jpg

     

    Binnenzijde.

    De binnenzijde houdt 3 ongelijke beuken in, overdekt met een plafond.  Het schip wordt aan iedere zijde begrensd met 5 boogreeksen op pijlers.  De even hoge kruising als het schip en van het onregelmatig langwerpige plan, is gescheiden door een brede diafragmaboog.  In het noorden en het zuiden staan 2 eveneens bredere maar lagere bogen in verbinding met de aanpalende en uitgestrekte kruisbeuken maar waarvan het plafond lager is dan deze van de kruising.  Twee kleine vensters die boven het dak van de kruisbeuken doorbroken zijn, verlichten de kruising op iedere zijde.  In het oosten is een halfronde apsis overwelfd in halfkoepel, verenigd met een ongeveer even hoge als brede boog als de triomfboog.

    Aan het oostelijke uiteinde van de zijbeuken bestonden vierkante vakken waarvan deze waren gescheiden door de boogreeksen.  Deze van de noordelijke zijbeuk is verdwenen maar zijn aanwezigheid is bevestigd door de onregelmatigheden in het metselwerk.  De reden van hun verdwijnen blijven raadselachtig.

    De pijlers van de kruising en de bogen die deze verbinden, zijn in maatsteen.  Deze van het schip daarentegen zijn in blokken van breeksteen.  De imposten zijn voorzien van een diepe groef.  In de kruisbeuken ontdekt men, grenzend aan de pijlers van de kruising, platte nissen die oorspronkelijk zich openden als bogen voor de schuin afgewerkte imposten naar het kerkhof toe, aan iedere zijde van de apsis.  Een vergelijkbare boog, ingewerkt in de noordelijke zijbeuk is opnieuw dichtgedaan.  De vloer van het schip bevond zich oorspronkelijk 1m25 lager dan het huidige niveau.  De boogreeksen zijn dus ingekort geweest en hun verhoudingen in hoogte gewijzigd.  Tijdens de opschoonwerken werden de Romaanse rondboogvensters met sluitstenen in breuksteen ontdekt in het hoge schip.  Aan iedere zijde bestonden er 6, geplaatst in de as van de boogreeksen.  Het scheen te duur om deze in hun oorspronkelijke staat te herstellen.

    Maar ondanks de huidige hoge vensters, het verhogen van de vloer en de gekrompen pijlers heeft de binnenzijde van de basiliek het voornaamste van de oorspronkelijke atmosfeer bewaard.  Het schip dat 2 keer zo breed is als de zijbeuken, de grote triomfboog die het schip van de statige apsis verdeelt, ontwaren een bijzondere opvatting van ruimte en van samenstelling van de volumes welk men in geen enkel ander gebouw met pijlers aantreft in de Elzas, noch te Dompeter, noch te Altenstadt.  Maar men treft er een analoge indruk aan zoals men de basiliek van Hildesheim of deze van Mittelzeil te Reichenau betreedt.

     

    Foto's : Mic Bois

     Bronnen.

    - Robert Will in Alsace romane; Editions de Zodiaque, la Nuit des Temps 22, Abbaye Sainte Marie de la Pierre-qui-Vire 1982.

    - Jean-Philippe Meyer in Congrès Archéologique de France; Monuments de Strasbourg et du Bas-Rhin; 162e session 2004; Paris 2006

    - Suzanne Braun in Sculpture romane en Alsace; Editions de la Nuée Blue; Strasbourg 2002.